Brief uit Gouda
De Kalkenstraat (4)
Tegen het donkere huis werd een nieuw huis aangebouwd, waarin het jonge stel Willem Pasterkamp met zijn bruid, een dochter van het schoenmakertje, die tegenover het ginkien in Wijk 5 woonde hun huwelijk begon. Vanuit dit huis kon men de Kalkenstraat recht doorkijken. Waar ruimte was werd er een huis gebouwd, want er was nog geen begin gemaakt met het bouwen op de gemeentewei. Het huis van Willem en zijn gade stond achter het huis van zijn ouders, waar nog ruimte was om te bouwen. Ik geloof dat Willem Pasterkamp de eester conciërgie was van het buurthuis, waarin ruimte was gemaakt voor de burgers om weelderig in het bad te gaan en onder de douche het lijf weer schoon te spoelen. De oude Hendrik Kramer gaf zijn mening over deze badgelegenheid toen hij dit gezien had. “Man, ouw op, je stappen zo in et badwoater Siloam.” Ondertussen was Hendrik Nentjes begonnen met het stellen van de bekisting om het beton te storten. Het eerste stuk werd gemaakt vanaf het huis van Pasterkamp naar de zijstraat vanuit Wijk 6. Naast het huis van Hein Ras stond het huis van Verstelle, waarin toen vader Verstelle bij zijn dochter Christien en haar man Albert van Urk woonde of misschien ook wel andersom. Verstelle was getrouwd geweest met een Urker vrouw uit de familie Nentjes. Teunis Nentjes (de Neef) noemde Christien zijn nicht. Misschien komt daar wel de bijnaam “de Neef” vandaan. Teunis leverde brood en melk aan huize Verstelle en Christien noemde hem neef Teunis. Christien sprak geen Urks, omdat thuis altijd door meester Verstelle, hoewel hij uit Zeeland kwam, de Hollandse spraak werd gebezigd. Albert, als eerste klerk en ook nog gemeente-ontvanger met een kantoortje aan huis, sprak natuurlijk ook het beschaafde Nederlands. Verstelle had twee zonen die ik gekend heb. Ze heetten Johan en Piet. Johan was getrouwd en woonde in Rotterdam. Door de oorlog moest hij verhuizen naar Gouda. Toen wij in 1956 in Gouda kwamen wonen is hij verschillende malen bij ons in de Van der Palmstraat thuis geweest. Zijn vrouw heb ik toen nooit gezien, maar Piet stond als toeschouwer bij de avondvierdaagse omdat zijn dochter daar haar kilometers aflegde. Hij werkte bij de S.H.V. in Rotterdam en is later weer terug gegaan naar die stad. Het huis waar de familie Verstelle in Gouda heeft gewoond, heeft onze tweede zoon in 1972 gekocht en hij woont daar nog steeds. De broer van Johan, Piet, was leraar op een middelbare school in Den Haag, Voorburg. De twee broeders waren in de grote vakantie altijd enige weken op Urk om de familiebanden aan te halen en te genieten van de kookkunst van zus Christien. Albert had een broer die dominee in de Gereformeerde kerk was. In mijn Goudse tijd als ambtsdrager heb ik die dominee-broer wel eens ontmoet, want hij was beroepen naar Haastrecht. Zijn ingang en zijn uitgang waren daar van grote klasse, want door gemeenteleden, jong en oud, werd hij hogelijk gewaardeerd als herder en leraar. Een lid van het domineesgezin heeft tot zijn dood toe onder ons op Urk gewoond. Hij trouwde met Antje Metz en begon zijn electriciteitsgaven ook als koopman met behulp van zijn vrouw aan te bieden aan de Urker bevolking. Het huis waar Albert, Christien en de oude Verstelle woonden in Wijk 6 vond ik een juweeltje. In het voortuintje stonden een paar grootbladerige geleide bomen. Deze bomen gaven de daar achter liggende kamer een mysterieus licht als de zon in de zomer zijn verzengende stralen naar de aarde zond. De ingang van de woning was afgesloten door een fraaie deur, waarvan de ramen beschermd werden door siersmeedwerk. Naast de deur zat op de gevel een koperen plaat met het opschrift: ‘Kantoor van de Gemeente ontvanger’. Ik zie Albert nog op de deur toelopen en zijn grote sleutelbos uit zijn zak opdiepen en met een sleutel de deur openen. Wie in huize Verstelle iets wilde aanbieden, moest aan de koperen knop trekken om luide de bel te doen overgaan. Christien of de dienstbode deden dan de deur open. Eenmaal binnen was er een lange gang en in dei gang, direct rechts, was de deur naar het kantoor van Albert van Urk. Bij de reciteervereniging ‘Dindua’ heb ik drie voorzitters meegemaakt. Dat waren Gradus Metz, Hendrik Snijder en als laatste Albert van Urk. Albert vond het heerlijk werk en voelde zich onder Dindua’s mannen volkomen in zijn sas. Twee reizen per schuit met ‘Dindua’ waren volgens hem hoogtepunten in een korte mannen-vakantie. Zo kwam het ook dat wij in de oorlog te zijnen huize de eindvergadering hielden. Eén der leden bood aan om na het diner vrouwe Christien de helpende hand te bieden om de tafel op te ruimen met de volgende woorden: “Mevrouw, ik zal u mijn mannelijkheid tonen.” Deze uitspraak heeft dat betreffende lid jaren achtervolgd.
Wordt vervolgd, JtN

Bij een oude foto
Ooit was er een saneringsplan. Dat was onder burgemeester Schipper in de jaren ’60. Een ingenieur, Kraayhagen (we hoorden ook: Kraayenhage) was de ontwerper van een even rigoureus als stoutmoedig plan, dat de wijken 1 tot en met 7 omvatte. Van de oude dorpskern zou vrijwel niets overblijven. De journalist Joh. G.C. Kooiman liet in het geïllustreerd christelijk weekblad ‘De Spiegel’ van die dagen voor- en tegenstanders aan het woord. Het plan verdeelde Urk in twee kampen en ging uiteindelijk niet door. Gelukkig maar ,verzuchten we nu, na vele jaren. We moeten er niet aan denken dat de oude dorpskern zou zijn weggevaagd, inclusief de Bethelkerk. Ook dit karakteristieke hoekje zou definitief verwezen zijn naar de rubriek ‘Urk in oude ansichten’. Waar bevinden we ons en wanneer zag het er zo uit? De foto is van 1928 en we zien een gedeelte van Wijk 1. Links zien we de panden Wijk 1 nr. 80 en 79. Aan de andere kant dreef Marij van Lubbertje geruime tijd haar kruidenierswinkeltje, bij velen nog in herinnering. Het was een knus winkeltje met, als wij het ons goed herinneren, koperen weegschalen. Recht voor ons, het huis met het puntdak, zien we de winkel van Harm Hendrik Gerssen en Jacobje Keuter, Wijk 1 nr. 70. Het pand, nieuw opgebouwd, draagt nu de naam ‘’t Ussien’ en wordt bewoond door de weduwe Schraal-van Hoorn. Daarnaast woont, op nummer 71, de heer Tijmen de Boer en op nummer 72 (niet zichtbaar) woont de weduwe P. Korf-Kramer. Zij en haar man, Egbert, hadden een zuivelwinkel op nummer 67. In die woning woonden vroeger twee burgemeestersdochters, de dames Kagei, van wie er één luisterde naar de voornaam Regula. Het pand grensde aan het voormalige hotel-café-restaurant Schraal, nu Chinees-Indisch restaurant ‘Hai Li’. Op de voorgrond, begrensd door schutting en ‘uffien’ zien we het erf van Hendrik Hoefnagel, ooit kapitein op één van de Urker boten. Het straatje leidt via een bocht naar hotel Van Woudenberg. We keren nog even terug naar dat saneringsplan. Het is vooral te danken aan de inspanning van wijlen Lub Kramer (Lub van Jan van Bubbe) dat de oude dorpskern bewaard is gebleven. Hij schreef een verweerschrift dat op Urk huis-aan-huis werd verspreid en omdat hij op Urk grote achting genoot kreeg hij veel medestanders. Uiteindelijk zou Urk zichzelf saneren en bleef het oorspronkelijke karakter van de bebouwing grotendeels bewaard. Gelukkig maar, zeiden we. Aan de andere kant moeten we de toenmalige burgemeester recht doen. Hij had het beste met zijn bevolking voor en de omstandigheden waarin veel bewoners toen verkeerden waren soms schrijnend te noemen.

Het laatste jaar (14)
Zijn zwager Van der Weel, die op de Noordweg woonde, was geëvacueerd naar Utrecht, want zijn huis was door het water onbewoonbaar geworden. Heden moesten plm. 120 mannen zich melden om in de omtrek van Zwolle voor de weermacht te werken (graafwerk). Wie nalatig was zou zich en de zijnen aan zware straffen blootstellen. Slechts 30 hebben zich aangemeld. Een vrij groot deel onzer vloot heeft vanmorgen de haven verlaten, velen zegt men zonder netten (om zich te onttrekken ?). De omroeper, ditmaal Willem L. Kramer, riep vanavond al de ontbrekenden op, dat er morgen van 9-12 nog gelegenheid open was zich te melden. Anders tot straf: hun huis in brand gestoken en als ze gevat werden naar Duitsland gevoerd.
19 Februari. Heden de centrale keuken geopend. Al vrij druk gebruikt. Bij velen is de aardappelvoorraad al gering.
Wordt vervolgd
