Tag: Staverse hoogte

  • 31 januari 2002

    Oenze eagen Urker taol

    Vergelikkingen
    Zwîeten as een otter.
    Zeupen as een kaoter.
    Lopen as een kieft (kievit).
    Zwimmen as een eandepiel (eendekuiken).
    Vechten as armeluien (hermelijnen).
    Skreawen as een mager varken.
    Bloen as een reager (bloeden als een reiger).
    Eten as een dikkert.
    Eten as een ouwe soldaot.
    Vloeken as een ketelboeier (ketelboender).
    Warken as een knuut (hard werken).
    Janken as de pest.
    Stelen as de raven.

    Je maken je zo smerigs een dier.
    IJ zit er bij as een vink die niet kwinkt.
    Ze lopt as een inne (kip) die z’n ei niet kweet kan.
    Ze zicht er eut as een verzuupen kaoter.
    Ze lopt ermie te togen as een rotte (rat) mit z’n jongen.
    ’t Zit zo vast as een oend (hond) in z’n ouwe moer.
    ’t Lot ’m zo koud as een oendesnuut.
    IJ vligt vor m’n as een oendjen.
    IJ kîek m’n an as een groot ’oend.
    IJ lopt zo arde as een leus op een terig outjen (een geteerd houtje).
    Ik eaw een dorst as een paard.
    Je eawen een baord as een bok.
    IJ gaf zuchten as paardeskieten.
    IJ lopt net of ie de pappegaoi de kop of eskeuten et.
    Ze et de terige as een paard.
    Ze gingen je rossen as ouwe paarden.
    IJ is zo dom as ’t aftereande (achtereind) van een koe.

    Uit: Leven en taal van het eiland Urk

    TdV

    Brief uit Gouda

    Jan en de baron (4.)
    De meerdere taken van Jan
    In de dertiger jaren was er al wel riolering op Urk, ook hadden we waterleiding. Het water kon getapt worden uit standpompen die op verschillende plaatsen in het dorp stonden. Er waren echter maar weinig toiletten op deze riolering aangesloten. Water om te drinken werd uit de regenwaterbakken gehaald. Het leidingwater smaakte niet lekker. Ook voor de fijne was was dit leidingwater niet geschikt, het kostte te veel zeep om het water zachter te maken. Voor het spoelen van de zware baasien kleding werd het wel gebruikt en natuurlijk voor het vrijdagse straat-schrobgeweld.
    Vrijdags werden er geen praatjes gemaakt, dan was het de wekelijkse grote boen- en schrobdag. Zo was de maandag de grote wasdag.
    Een droge zomer was een ramp. De kerkenbakken werden dan geopend en voor twee centen kon je dan een ‘gank’ (twee emmers) water kopen. Je moest ze zelf putten met een akertje. Het gebeurde wel dat de gemoederen zo heet gebakerd waren, dat sommige schedels op hardheid werden beproefd door er met een emmer op te slaan en voor de afkoeling zorgde dan weer een akertje met water dat over de ruziemakers werd gegooid. Boezels werden afgerukt en hullen sneuvelden ook wel. Ondanks het feit dat het hemelwater via het dak van de gereformeerde of hervormde kerk in de bak was gevloeid, was dit geen verzekering dat de waterbevoorrading in pais en vree geschiedde. Als de kerkenbakken ook leeg raakten, werd er water met de postboot aangevoerd. De ballasttanks werden dan vol water geschept, zo uit de IJssel even buiten Kampen. Ook van hieruit werd het water per ‘gank’ verkocht. De bemanning zorgde voor de goede orde. Een spreekwoord, dat door oudere mensen op Urk nog wel eens wordt gebruikt, stamt uit die tijd. Het was een droge tijd, de kerkenbakken waren leeg en van de verschillende regenwaterbakken waren de laatste beetjes ook opgebruikt. Een lid van de Hervormde kerk had niets meer in voorraad in de bak, maar hij wilde toch graag een lekker ‘bekkien’ zetten. ,,Ik weet wat ik ga doen”, zei hij, ,,ik ga naar de Hervormde pastorie en vraag daar om een emmertje water.” Zo gezegd, zo gedaan. Hij op weg naar de pastorie. Deze werd bewoond door dominee Lingbeek. Bij de pastorie aangekomen trok onze vriend opgewekt aan de bel, gedachtig aan het lekkere water uit de pastoriebak. De eerwaarde deed zelf open. ,,Goeienavond dominee, mijn regenwaterbak is leeg en ook de kerkenbak is leeg, zou ik misschien dit kleine emmertje met drinkwater uit uw bak kunnen krijgen?” ,,Het spijt me beste man”, antwoordde de dominee, ,,dit doen wij niet!” De waterhaler gloeide van verontwaardiging en zei: “dan hoop ik dat al het water in uw bak petroleum wordt.” Kalm reageerde de eerwaarde: ,,daar heb jij je emmertje water niet mee.”
    Uit hetgeen wij hiervoor aangaven blijkt, dat het leven op Urk toen niet van een leien dakje ging. Om ziektes te voorkomen, moest soms de omroeper met een boodschap van de dokter door het dorp.
    Deze boodschap kwam dan bij de dorpeling zo over: ,,Op de fiets van de dokter moet het regenwater eerst gekookt worden voordat het wordt gedronken.” Die fiets van de dokter was natuurlijk “advies van de dokter”. Ondanks deze voorzorgen bleven de besmettelijke ziektes niet uit.

    Wordt vervolgd, JtN

    Bij een oude foto

    Echt steile hoogten hadden op het eiland een naam. De afhellende hoogten naar de haven heetten de Spekhoogte (bij de Bethelkerk), de hoogte van Gerrit Snoek (de middelste, genoemd naar de directeur van de E.U.S.M. die daar woonde) en de Staverse hoogte bij de Wilhelminaschool, die zijn naam dankt aan de Staverse jollen die daar in het verleden meerden. Aan de noordwestzijde van het eiland had je de Slikhoogte, die pas laat in de twintigste eeuw werd bestraat, vandaar die naam. Ook minder steile hoogten kregen soms een naam, denk bijvoorbeeld aan de hoogte van Nanning, genoemd naar de bekende groentenman Nanning Brouwer. Had de hoogte op deze foto ook een naam? Het is ons niet bekend. In 1920 moet deze foto genomen zijn. Boven de hoogte, links, woonde Jelle Hakvoort, de slager. Aan de noordzijde van de woning had hij zijn slagerij. In het midden zien we het visserslogement ‘Zeemans Welvaren’. Van 1910 tot 1931 zwaaide Jacob Nentjes hier de scepter. Daarna kwam er een Duits echtpaar in het café. Dat waren August en Ida Göwert. In 1944 werd de Rijksduitser August opgeroepen om bij de luchtwacht in IJmuiden te dienen. Na de oorlog keerde het echtpaar naar de Heimat terug. Geruime tijd dreef K.J. Coenen in het voormalige café zijn schildersbedrijf. Dat huisje rechts op de foto was bij de vissers van Stavoren, Volendam en Vollenhove (Markers en Huizers worden niet genoemd) welbekend. De vrouw des huizes, een weduwe zonder inkomsten, verkocht er een borreltje om zodoende van enige inkomsten verzekerd te zijn. Wat ouderen op deze foto zullen missen is de paardenhoefslag (‘travalje’) van Klaas de smid. Die stond onderaan de afhelling westelijk van het café. Dat duit er op dat die hoefslag pas na 1920 is geplaatst. Wie de beide foto’s met elkaar vergelijkt zal tot de conclusie komen dat er nog veel van dit karakteristieke buurtje bewaard is gebleven. We keren terug naar het begin en we fantaseren even over het ontstaan van deze hoogte, misschien in oude tijden. Immers, er waren toch al drie toegangen tot de haven? We doen een gooi. Toen Urk in de 19e eeuw een haven kreeg, deed zich een probleem voor: hoe die te bereiken, bijvoorbeeld met een kar of wagen. De bestaande hoogten waren daarvoor te steil. Het is mogelijk dat toen deze hoogte is ontstaan. Nogmaals, het is maar een veronderstelling.

  • 3 januari 2002

    Oenze eagen Urker taol

    De gouwen ketting

    Garret was een beste jonge in een goeie knecht. IJ voer al jaoren bij dezelfde skipper in mit de knechsen kon ie ok goed worren. IJ ad ien klean ongelukkien, ij was een bietjen groos. Dat wisten de angeren wel in daor plaagden ze em wel durs een bietjen mie. IJ ul van mooi goed in z’n aor zat an boord ok alteed even netjes op de kam. IJ was ok net as een ekster. Een gouwen kettekkien in een oorbelletien was wel an ’m besteed. In z’n twie oren ongen een paor kotters waor Metz jeloers op zou wezen in om z’n narm een stok wekkerketting waor een Zuienaor nog wel een paor trekken mie ad willen doen. Om z’n nekke ong ok een zwaore ketting, ok van zeuver goud. Ze zeggen dat Nijediepers ok zo binnen mar daor wil ik me niet an branen, want ik wiet niet wie dit allemaol lezen. Ma goed, op een dag, midden in de week laggen ze mit mooi weer in de Slopte vor een mindjen knappe tonge in een paor mindjes skolle. Ze laggen ’r net wier an. Garret zat in et visreum de vissies van de vurige trek weg te ezen in de rest sting te strippen. Opiens riep Flerik die an et eande van de lopende baand sting: ,,Oe michteg, moet je dan nou ers kieken, dat veen ik daor zo op de groend.” lJ ul een lange gouwen ketting in de locht. Iederiene kwam om em ene stoon om te kieken. In jawel, et was een ketting van wel een alleve meter lank. ,,Dat is Garret z’n ketting,” zeen Tiemen, ,,die is zieker eknapt in eut z’n eulieias evullen.” ,,Lotten we em verstoppen in niks zeggen,” zeen er iene, ,,kieken wannaar ie et in de gaten et.” ,,Ik wiet wat beters,” kwam Grubbelt, ,,lotten we em in een tarrebot of in een gulle stoppen, dan doen we net of die ketting duur die gulle oppegeten is in dan kieken we wat of ij zegt”.,,Dan moeten we oens wel een bietjen droge ouwen angers et ie et gelik in de gaten,” zeen Tiemen. Zo ezegd, zo edoon. Ze zochten een mooi gulletjen eut de boks in Grubbelt liet de ketting in de bek van de gulle zakken. Die was et ’r niet arg mie iens, dus gaf Grubbelt em nog een klean zetjen mit z’n staoltjen zodat de gouwen ketting ielemaol in de buk van de gulle zat. Ze legden die gulle bij Tiemen neer, want die sting tugenover Garret in maakten ongerwelen erluiers wark of. Opiens ging et visreumlukkien eupen in kwam Garret nor boven in begon mie te ellepen mit wat ’r nog an vissies lag. Ongerwelen ad Tiemen de gulle opepakt in begon em eupen te snijen in aolde de inoud nor beuten. Mit ien beweging aolde ij de ketting tevuurskeen in ul em oge in de locht. ,,Moet je ier d’rs kieken wat of ik daor veen, dat zat in die gulle. As ik et goed zien is et nog een egte gouwen ok! Die is vor oenze Gaartjen.”

    Wordt vervolgdt, Rein

    Bij een oude foto

    Op de grens van het oude en het nieuwe jaar, beste lezers, komt deze aflevering tot stand. Tijd om even terug te blikken. Op 16 januari 1987 verscheen het eerste nummer van de Kleine Courant. Dat houdt in dat we binnen enkele weken de zestiende jaargang binnentreden, bij leven en gezondheid. Aan de formule van toen is eigenlijk weinig veranderd. Een beetje geschiedenis en een snufje folklore, een oude foto en soms een knipoog naar het heden. Met ingang van 2002 heeft de redactie van ‘Het Urkerland’ echter wat nieuws bedacht. Bij de oude foto wordt een tweede foto afgedrukt van de huidige situatie ter plekke. Op die manier kunnen verleden en heden met elkaar worden vergeleken. De foto van deze week voert ons naar de Staverse hoogte, zo genoemd omdat onderaan deze hoogte de jollen afmeerden van de vissers uit Staveren en Laaxum. We moeten even terug naar het laatste kwart van de 19e eeuw.

    In 1878 werd de bestaande haven naar het westen toe uitgebreid. De werf van Hakvoort moet toen met de hand zijn uitgegraven. Wanneer de noordelijke keermuur is gebouwd weten we niet precies, maar de westelijke muur, die langs de Staverse hoogte, dateert van 1917, toen Belgische en Britse militairen hem hebben opgemetseld. Die militairen waren hier geïnterneerd als gevolg van de neutraliteit van Nederland gedurende de Eerste Wereldoorlog. In feite beschikt Urk dus, als een van de weinige gemeenten in Nederland, over een heus oorlogsmonument uit de tijd van de Grote Oorlog. De laatste jaren raakte de muur steeds meer in verval, zodat de restauratie noodzakelijk werd. Dat geschiedde vorig jaar. Dat daarbij een onaanzienlijk, maar wel zeldzaam muurvarentje verloren ging, memoreerden wij eerder.

    Het laatste jaar (5)

    Voor dit gezin moest Mina H. Gerssen haar huis voorlopig ontruimen en Albert Kramer vond inwoning bij Jelle E. Hakvoort, (haven). Er zijn heden weer enige Duitsers gekomen en denkelijk zullen er nog meer volgen. De bomen in de Prins Hendrikstraat moesten heden hun kruin missen en ook die op de werf W. Metz moeten gekortwiekt. Ze belemmeren het uitzicht vanaf het platte dak van Hotel Woudenberg op polder en dijk. Albert I. Koffeman en de zijnen zijn uit Utrecht (na het bombardement) per fiets – van de banden ontdaan voor alle zekerheid – naar Kampen en per boot naar hier gekomen. Uit Voorburg nog steeds geen tijding. Van Langejan uit Heemstede een brief ontvangen verzonden negen october. Zitten daar in Heemstede al zonder licht en binnenkort zonder gas.
    19 October.
    Werd omgeroepen dat Luut Kamper vanmiddag naar Amsterdam vertrekt. Toesteming hadden de heren die in de polder (men zegt 220) bijenkorven gehad hebben voor het met die boot terugbrengen dier bijenvolken naar Haarlem. Ook verkregen enige mensen een bewijs van de commandant om te mogen meereizen o.a. iemand die commensaal is geweest bij de weduwe van Klaas Teunis Ras, die deze zomer in het ziekenhuis te Enkhuizen overleden is. De Jager heet die man, die lopende naar zijn gezin te Sliedrecht denkt te moeten terugkeren via Waddinxveen en Gouda. Toonde zich bereid een brief voor Piet mee te nemen. (Had al meer brieven voor anderen mee te nemen en beloofde die van ons in Gouda te posten). Aan Johan door mij en Christien grote brief geschreven en gebracht bij Luut Kamper. Een der heren van die bijen die na het bezorgen der bijen te Haarlem per fiets naar Den Haag moet, heeft aan L. Kamper beloofd de brief daar te posten. Vanmiddag was ’t dreunen van ramen en deuren ’t bewijs dat in de omtrek een bom is gevallen. ’t Geluid kwam uit de richting Gaasterland – Lemmer, denkelijk om de plaats van de V1 te treffen. (Bedoeld wordt hier de lanceerplaats van de V1, een soort raket, red.) 20 October. Heden een dag van angst en verschrikking voor velen geweest. Ger. Metz en Corns. I. Koffeman, gemeente-ontvanger, zijn gegrepen en naar de pastorie gebracht. Hun huis doorzocht en bij G.M. een bus suiker, boter, al z’n tabak en sigaetten, kaasen, lucifers (thans zo schaars) weggehaald. Wijl Piet en Dirk Zeeman verdwenen zijn werd hun vader, de havenmeester, meegenomen en Dirk’s verloofde, Pietje van Dijk (dochter van Dirk van Dijk). In haar tasje vonden ze, zegt men, ziekenbons waarvan ze de bestemming niet zeggen wilde. Dirk is namelijk voortvluchtig, evenals Jan Oost, wiens vrouw meegenomen, doch enige uren later vrijgelaten werd (wegens de kleine kinderen?), namelijk Marijtje H. de Boer. Reijer Kale was niet te vinden, evenmin z’n zoon Jacob, waarom z’n vrouw Jannetje E. Hakvoort bij de andere vrouwen ingesloten werd in het gevorderde huis van Alb. Kl. Kramer. Bij de huiszoeking vond men, zegt men, in Jacobs kleding verboden blaadjes. Ook Geert H. Oost is gepakt. Chr. van Beckhoven had zich bijtijds uit de voeten gemaakt. Een radiotoestel werd bij de huiszoeking aangetroffen en Mette bij de andere vrouwen gebracht, evenals haar dochter Koba, die niet zeggen kon of wilde waar haar voortvluchtige man Ide G. Koffeman thans is. Ook Geert Koffeman (zijn vader) is meegenomen, evenals Marie van Beckhoven, getrouwd met Jan van Flip ten Napel (voortvluchtig). Harmen Kramer (van Jan van Bubbe) ook gevat, doch later losgelaten. 2l October. Vanochtend zijn Ger. Metz, C. Koffeman en Pietje D. van Dijk met de boot naar Kampen weggebracht. Havenmeester Zeeman en de vrouw van Reijer Kale zijn vrijgelaten, ook Mette Koffeman, doch moet zich geregeld melden. Bij dokter Vonk moet ook huiszoeking geschied zijn, ook bij Teunis Kl. Visser, maar daar geen kwade gevolgen. 26 October. Heden drie keer luchtalarm. Naar ik van mijn zwager Kl.K. hoorde moet Chr. van Beckhoven in Dorp A (Emmeloord, red.) of althans in de polder opgepakt wezen. Ger. Metz, C. Koffeman en Pietje van Dijk in Zwolle gevangen. Eindelijk deze week eerst een brief van Piet d.d. 10 October en daarna van Johan d.d. 16 October.

    (Wordt vervolgd)