Tag: Spijker

  • 4 april 2002

    Oenze eagen Urker taol

    t Kan verkeren
    Ze eawen nou een oop lef, in toe ie trouwen mós ad ie angeref imd in een beffe mit leuzen. De innen liepen after ’m an, want ze atten daor elke dag van die gekope rees, in in de wienter adden ze gien kaaw. Maar zo gat ’t, as niet komt tot iet… Zeg dat wel. IJ èt er angers z’n gat maar mooi in edreid. Er was mitien wat t’ ùrven, toe z’n skoonvaor kwam te stùrven. In dat zo skielik. In toe was ie boven jan. In ze was ienigste dochter, dat er kwam ok varders gien mins an te rukken. Dat was bij m’n neve Steven wel wat angers. Toe die stùrf kwammen ze as sparkerijers anvliegen. Maar dat angetrouwde nichien ad de beat al nor d’r toe aold. ’t Et er gien weeneieren elegd dat ze ’m wel d’rs een pannetjen soep brocht. Dat worde vanzelf grote arrie. Wie zalig wil stùrven, moet aarlijk ùrven, zegt ’t spreekwoord. Maar ik bin bange dat ’t bij z’n bruur Knieles net zo gat. Je zullen d’r nog van koemen oren. De baotjes zullen d’r nog eut moeten. As ze maar niet vor de fokke lopen. Knieles was ok niet van gisteren. Maar nou je ’t over ùrven eawen, ik dink dat m’n neve Klaos wel gaaw dood zal goon. Vroeger docht ik: Die gat niet vor elven, maar nou èt ie een vlieg’ aand. Kiek ers, wat ik van ’m krieg. Ik stoon ’t maar alf. Nou, nou, dat mag in de kraant.

    angeref imd – anderhalf hemd.
    een beffe mit leuzen – veel ongedierte; de beffe is de halsboord van het rode hemd.
    innen – hennen, kippen.
    rees – rijst.
    er z’n gat indreien – een voordelig plekje weten te krijgen, door een huwelijk bijvoorbeeld.
    skielik – snel, onverwacht.
    boven jan zijn – de (financiële) moeilijkheden te boven zijn.
    sparkerijers – spreeuwen.
    de beat – de buit.
    weeneieren – windeieren.
    de baotjes moeten eut – als ergens om gevochten moet worden; baotje – baattije.
    vor de fokke lopen – stuk lopen, opstropen.
    die gat niet vor elven – die kleedt zich niet uit voor hij naar bed gaat, die erft bij zijn leven niet af.
    een vlieg’ aand – een gulle, vrijgevige hand.
    ik stoon ’t maar alf – ik vertrouw ’t niet goed.

    Het laatste jaar (10)

    18 December. Luut Kamper zal aardappelen uit den polder brengen naar Den Haag. Zijn boot zal gaan via Haarlem en Leidschendam. Een mooie gelegenheid om de grote brieven van Chr(istien) en mij mee te geven, ook een doos met gemalen tarwe. Onze wens is dat Johan met de zijnen deze week naar hier komt, nu ook in Den Haag de hongersnood dreigt. De ‘IJsselstroom’ (de vrachtboot van Luut Kamper, red.) voor donker vertrokken. 19 December. Van Johan en Lies en kinderen brieven voor 14 December. Ze hebben nog voor hoogstens een maand en dan is alles op. Brood, paar sneedjes per dag. Aardappelen bijna op. Geschreven 3 December. Ze betalen al 200 gulden, in Den Haag zelfs f. 250,0 en meer. Boonen en erwten zijn niet te bekomen. Melk nu en dan. Tot 6 uur bleven ze in ’t donker, dan een kaarsje op en 8.30 naar bed. Om 4 uur oude salamander (kachel, red.) aan om eten te koken en dan weer zonder vuur. Heden huiszoeking bij Hulsman en Jan F. Post. Veel in beslag genomen. 23 December. Luut Kamper, j.l. Maandag van hier vertrokken, is zeker al in Den Haag aangekomen. 28 December. In den afgelopen nacht om half drie is Johan met de zijnen bij ons thuis gekomen, na j.l. Maandagmiddag 25 December ’s middags plm. 5 uur van de sluis te Leidschendam weggevaren te zijn. Het vroor toen al flink en op de Kagerplas veel ijs, bovendien op deze terugreis dikke mist. Een aantal menschen meegekomen. Ook bij Johan was maar weinig brandstof en aardappelen. 3 Januari 1945. Met de boot van Kampen zijn hedenavond teruggekomen de predikanten Spijker en Pietersma. 31 Januari. Deze maand met ijs en vaak sneeuw weinig gebeurd om te vermelden. Zelfs dagen zonder luchtalarm. Heden is ’t weer omgeslagen en flink gaan dooien. L. Kamper’s boot door ’t polderkanaal naar Lemmer om slachtvee en melk. Boter is al een paar weken niet te bekomen, evenmin jam, stroop, suiker, zout, lucifers. Per omroeper is bekend gemaakt dat vanavond het elektrisch licht voor het laatst zal branden. Geen kolen, althans niet genoeg om heel Urk van licht te voorzien. Een klein aantal ambtenaren en anderen als dokters, de zusters en vroedvrouw, wethouder de Wit en dan de D(uitsers) in pastorie en hotel Woudenberg, behouden licht, ook wij. Van Piet deze maand nog geen brief gehad, maar in een brief van Joeke Stevens aan Lies schreef ze Piet in Gouda te hebben gesproken. Misschien ligt in Enkhuizen nog een brief van hem, de boot is al dagen lang niet naar Enkhuizen geweest. De politie te Voorburg heeft het raadhuis opgebeld om Johan te zeggen dat zijn school te V. 5 Februari weer aanvangt. Wij eten al enige dagen droog brood, waarop een warm prikje van de stamppot. 10 Februari. Via de Voorburgsche politie is aan Johan gemeld dat zijn school eerst 1 Maart zal aanvangen. Hij en Lies kunnen dus nog vooreerst nog blijven, en we hebben gelukkig nog te eten en brandstof. Ons lichtrantsoen is slechts 4 K.W. In onze woonkamer hebben we thans een lampje van 17 kaars.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    Op onze wandeling over de havenkant zijn we nu op de boothaven aangekomen. Dit havengedeelte werd als open haven aangelegd in 1819, de oudste haven van Urk. De oostelijke havenkom werd in 1834 afgesloten met een dam. In 1878 werd de haven uitgediept tot twee meter onder volzee. De komst van de bootdienst in 1890 maakte de bouw van een aanlegsteiger noodzakelijk. Ook verrees toen naast de werfboet van Roos een eenvoudig kantoorgebouwtje, op Urk bekend als ‘’t boot-ussien’. Het gebouwtje staat er nog steeds en herbergt nu een grillroom met de exotische naam ‘Hawaii’, net niet op de foto te zien. Hier gaan we van start en als we de hoogte oversteken zien we eerst een statig winkelpand oprijzen. ‘Kruidenierswaren en Aanverwante Artikelen’ staat er op het gevelbord te lezen. De weduwe Alb. Brouwer dreef er een winkel. Later kwamen daar pensiongasten bij en nog weer later werd er in de kelder onder het huis de grondslag gelegd voor de limonadefabriek Brouwer. Ooit was de folklorist Cruys Voorbergh hier te gast. Hij at er zijn lievelingstoetjes, griesmeelpudding met abrikozen. Nu serveert restaurant ‘Mes Amis’ er culinaire hoogstandjes. De huizen ernaast zijn inmiddels afgebroken en op die plek staat nu restaurant ‘De Zeebodem’. Het gebouw uiterst rechts op de foto was een van de weinige hotels op het eiland. Eerst zwaaide Hein van Woudenberg er de scepter, daarna nam Klaas Schraal het hotel over, samen met zijn vrouw Dirkje Ras. De naam veranderde: ‘Hotel Café Restaurant De Verwachting’. Zoon Meindert Schraal en zijn vrouw Geertje Korf zetten de zaak voort. Nu is het een Chinees restaurant: ‘Hai-Li’. Op het pleintje voor deze huizen en gebouwen verzamelde zich vroeger het publiek om de aankomst van de boten gade te slaan. Zij stelden zich dan op achter de zogenaamde ‘witte lijn’ om de bootreizigers een ordelijke doortocht te verlenen, al of niet afgedwongen van de toezichthoudende veldwachter. Met de komst van de vaste wegverbinding door de Noordoostpolder begonnen de horecabedrijven hun hotelfunctie te verliezen. De handelsreizigers kwamen per auto naar het voormalige eiland en hoefden niet op Urk te overnachten. Maar nog altijd vormt dit havenbuurtje met zijn gezellige terrasjes en zitbanken een levendig ontmoetingspunt van toeristen en plaatsgenoten, al meren er al lang geen boten meer uit Kampen en Enkhuizen.

  • 28 maart 2002

    Oenze eagen Urker taol

    Allemeneur zegt de Fraansman
    Oenze Bape, je moeten wat minnezieren mit eten, je binnen dikken in vet genoeg. Ja, lot ’t foederezieren an mij over, in as ik vor de petaozie zùrg, dan vergeet ik m’n zelf niet. Ik bin niet zo krimmenîelig as jie. Maar as je zo rei binnen, avvezier je niks, in je verslabbezieren je boeltjen. Wat is je kesse beskandelezierd, in om je biebel zit gien kappetoris maar, dat is toch gien rezon. Ik kan ’t ok niet elpen. De kiengeren verrinnewieren alles. Klaos èt m’n kesse zo verdestewierd toe ik niet in eus was. In toe ik ’m op z’n falie gaf, ging ie ’t zo destelaot an, dat de buren kwammen kieken wat we vor meleur adden. Maar ’t is waor, ik eaw een skaverottig boeltjen. Moet je nou mit zókke petienesen an lopen? Ei je gien knappe meulen maar? Je kunen ze vor een skaviele prees kopen. ’t Is ok skandaolig dat je mit stókkende mouwen lopen. Ik eaw nog wel een leppien vor je, in je skappeleur erbij. Je binnen een stók sacherijn om zo te kondiezen. Wiet je nog maar op m’n an te marken? Ik ouw ervan wt vor m’n kontantemint t’ eawen, dat komt een mins toe. Ik bin niet zo maltintig as jie. In lotten we ’t nou maar es over de kost eawen. Wat eet je vandage?

    – allemeneur – toe dan maar (á la bonheur)
    – minnezieren – minderen (s’ amoindrir)
    – foederezieren – etenswaren inslaan (fourrager)
    – petaozie – eetwaar (potage)
    – krimmenielig – zuinig, gierig (criminel)
    – avvezieren – vooruitkomen in zaken (avancer)
    – verslabbelezieren – beschadigen (scandaliser)
    – kappetoris – kaft (capoter, courverture)
    – gien rezon – dat geeft geen pas (raison)
    – verrinnewieren – vernielen (ruiner)
    – verdestewieren – kapot maken (destruire)
    – ’t destelaot angoon – verschrikkelijk schreeuwen (desolation)
    – meleur – ongeluk (malheur)
    – skaverottig – in slechte staat, beschadigd (scabreux)
    – petienesen – rare schoenen of sloffen (bottines)
    – skaviel – schappelijk (civiel)
    – skappeleur – knippatroon
    – sacherijn – allemansverdriet (chagrin)
    – kondiezen – bevelen, bedingen (conditionner)
    – kontantemint – gebruik, deel (comptant, contenter)
    – maltintig – overdreven voorzichtig (malentendu?)

    Het laatste jaar (9)

    27 November. Eindelijk vanmorgen een brief uit Voorburg, geschreven 15 november, gestempeld 17 november en bij Jojohan en Lies alles wel. In Voorburg waren (tot viaduct) dekens en mannenbovenkleding gevorderd. In Zoetermeer werd voor een mud aardappelen 85 gulden en meer gevraagd. Nog één uur gas per dag. In Zutphen een munitietrein ontploft, de Deventerweg vernield, daarna in de buurt van Da en Henk een voltreffer. Henk en Da ongedeerd.
    29 November. Een brief van Piet. Alles wel, maar ze hebben veel angst uitgestaan bij de bomaanval op het station. Ook de tunnel aan ene zijde erg beschadigd. Duurde met tussenpozen van ’s morgens 7.30 tot n.m. 5 uur. Ook op de Boelenkade en Graaf Florisweg enz. bommen. Veel dooden en gewonden. Gelukkig bij Piet geen verlies, een ruit stuk. Ook daar de bovenkleding vordering (jassen). Een dag later werd bij hen die niet ingeleverd hadden het huis doorzocht en leeggehaald.
    9 December. Vandaag weer, evenals gisteren, drie keer luchtalarm. Telkens massa’s vliegtuigen over Urk. Eén moet een zak met chocolade en snoeperijen en ook thee hebben geworpen. Sint Nicolaas, doch ’t kwam als buit bij de Duitsers terecht.
    7 December. Vanuit Kampen gehoord dat daar en in Overijssel heden voor ’t laatst electrisch licht zal branden. De omroeper maakte bekend dat ons rantsoen in November nog 10 K.W.) is verlaagd tot 7 K.W. Wie meer gebruikt wordt onverbiddelijk afgesneden. De lamp mag hoogstens 40 kaars zijn. Controle.
    10 December. De collecte voor het Roode Kruis heeft in de Gereformeerde kerk heden opgebracht ruim 1700 gulden, totaal bijna 2000 gulden.
    11 December. Buurman Hein Koffeman met de anderen weggevoerd, is wegens afkeuring hedenavond teruggekeerd. De anderen zijn bij Meppen, plm. 1200 mensen, in een school ondergebracht. Geen zwaar graafwerk, eten en ligging (in hooi) goed. De predikanten Spijker en Pietersma voor geestelijke verz. maken het best en dokter Andriesen heeft toezicht als geneesheer.
    14 December. Ik ben heden 82 jaar, maar Piet noch Johan konden komen, geen reisgelegenheid. Ook geen brieven als vorige jaren.
    16 December. Toch nog een brief van Piet van W. en Jenny van 3 december. Chr. Vermeulen roodvonk gehad, verzorgd door Bram, heeft sedert de wegvoering van haar man niets meer van hem vernomen. Jac. V. mag (na) operatie naar zijn woonplaats Heenvliet, op een geleende fiets terug gesukkeld. Jenny schrijft nu dat ook te Rotterdam geen electrisch licht meer brandt en geen trams meer rijden. Per omroeper maakt de commandant bekend dat blijkens de boekhouding van de afslag vrij wat visschers niet gevischt of geen visch aan den afslag gebracht hebben. Wanneer zij zulks nalaten zullen ze direct naar Duitschland gestuurd worden. Deze week is Zwolle zwaar getroffen, vooral de omgeving van de Thorbeckegracht en Zwarte Water. Veel dooden.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    We verlaten de Westhaven en gaan de hoogte op naar het oude raadhuis en de Bethelkerk. Bovenaan die hoogte (rechts) stond het huis van Jannetje Snijder, onder ons bekend als ‘de kleine’. Een gedeelte van haar woning zien we uiterst rechts op de foto. Op diezelfde plek staat nu een nog niet betrokken nieuwbouwwoning. In het grote huis daarnaast woonde vroeger Klaas Kramer, de vader van de latere gemeente-ontvanger Willem Kramer, die er ook lange tijd heeft gewoond. Nu wonen er Hendrik Pasterkamp en Riek (van Klaas Jelle) Koffeman, Wijk 1 nr. 53. In het pand Wijk 1 nr. 54 (met de witte gevel) woonde Hendrik Pasterkamp, die werkzaam was bij de posterijen. Later werd de woning betrokken door Maarten Post en Alie (van Riekeltje) Post-Visser. Op Wijk 1 nr. 55 woont nu Willem de Jong. Jacob Wakker en Ilse Wakker-Schrijver wonen op Wijk 1 nr. 56. Ooit woonden hier Lucas (‘Juun’) Schrijver en Hiske Bakker. Juun was een van de grondleggers van de Urker visexport en als zodanig verdient hij een plaats in de eregalerij der pioniers op dat gebied. Hij was een gewaardeerd lid van de Chr. Reciteervereniging ‘Dindua’ en in die kwaliteit was hij een bekwaam dus gevreesd debater. Op Wijk 1 nr. 57 vinden we nu nog de historische zeilmakerij van de familie Snijder. Een gevelsteentje geeft nog het jaartal aan waarin dit gebouw werd neergezet. Klaas Snijder is de laatste van dit roemruchte geslacht die het aloude ambacht nog beoefende. Een andere Snijder, Willem van Tuus, bewoonde het grote pand links op de foto. Hij dreef er een winkel en had er zijn boerenbedoening. Als we ons goed herinneren bevond de hooizolder zich aan de oostzijde van het pand. Een foto van Willem is terug te vinden op pagina 139 van het boekje ‘Veranderd Land’. Hij deelt de pagina met Willem van Pieter Nentjes, zo mogelijk met een nog markanter kop. Die boeren van toen, een eigenzinnig slag volk, taai en onverzettelijk. Het huis werd na de Tweede Wereldoorlog afgebroken, de bomen waren toen al gerooid. Dezer dagen vonden wij in ons archief een kaart uit 1891 van ir. A. Keurenaer van Rijkswaterstaat. Daarop is de oude school nog te zien op de plek waar nu Museum ‘Het Oude Raadhuis’ gevestigd is, dus aan de overkant van de huizen op deze foto. De berg tussen de vuurtoren en het Kerkje aan de Zee werd toen nog het ‘Hooge Klif’ genoemd. Eens heeft een grote weide zich uitgestrekt van de vuurtoren tot de Bethelkerk. In twintig jaar tijd (1870 – 1890) verrezen hier vier rijen huizen, de eerste Urker nieuwbouwwijk die wij nu kennen als Wijk 3.

  • 21 maart 2002

    Oenze eagen Urker taol

    Onger de kost
    Mimme, ik eaw zo’n peende in m’n narm.
    Da’s de gruui. Ei je alle booskippen?
    Och eden, nou ei je d’ eek vegeten. As je gat los zat, vergat je dat nog. Nou, we kunen eten. Moet je zo an vallen? Dat eawen we je niet elaard.
    Mimme, ik lust dat gulle vet niet, in nou eaw ik ok zo’n peende op de vreve van m’n bien.
    Dat komt van de klomp. Ik zal je aans wel er’s wreven mit een bietjen zuut’ eulie, dat wil wel dr’s elpen, maar eet nou eerst je bord leeg, je zitten maar te tiezen in te kieskealen.
    Ik lust niet maar, oor.
    Lot Jan je bord dan maar leeg eten. Die èt z’n perlot al wel ad, maar die is niet te verzaodigen; of ie gien beum in z’n mage èt. Je kregen nog een buk as ’n kemiel. Je moeten maar wat minnezieren mit eten. Ei je wel d’rs oord van die man die ’m dood egeten èt?
    Nou, dat zal wel een fabeltjen wezen, as je niet eten, goon je aarder.
    Er leggen er angers maar van te vuul eten op ’t karkhof, as van te weanig eten, wiet je dat wel? In wie alles op it, zal nooiten wat worren in de warreld. Wiet je wel, dat er een skip mit zeal in treal duur een naaw keelgaotjen kan?
    Dat zou ik wel d’rs willen zien.
    Nou, daor oef je zo vaar niet vor te lopen.

    – peende in m’n narm – pijn in m’n arm.
    – da’s de gruui – dat is de groei.
    – eek – azijn.
    – zo anvallen – beginnen met eten zonder gebeden te hebben.
    – ’t gulle vet – klinkklaar niet aangelengd vet.
    – de vreve van m’n bien – de bovenkant van m’n voet.
    – zuute eulie – slaolie.
    – tiezen, kieskealen – met lange tanden eten.
    – perlot – deel.
    – beum – bodem.
    – minnezieren – minderen.
    – aarder – eerder.
    – een skip mit zeal en treal – een volledig getuigd schip.
    – ’t kan duur een naaw kealgaotjen – d.w.z.: door veel en lekker eten kan men het bedrijf ruïneren.

    Het laatste jaar (8)

    17 November. Etje meldde (telef.) dat haar man en Christiaan niet meer in de gevangenis te Leeuwarden zijn, maar overgebracht naar een dorp bij Assen (Daarloo) om daar te werken. Ze zijn daar thuis bij een Gereformeerde boer.
    18 November. Een groot aantal Duitse militairen kwam hier heden aan, waarna per omroeper bekend gemaakt werd dat alle mannen boven de zeventien jaar op de Berg tusschen school en kerkhof zich moesten melden en voorzien zijn van hun persoonsbewijs. ’t Was al vrij donker toen de menigte zich in twee groepen moest verdeelen, mannen boven de veertig jaar en daar beneden. De laatsten zag ik de schoolgang in gaan. Gisteren is een grote razzia in den polder gehouden onder de daar werkzame arbeiders en eenige honderden gevangenen, ook Urkers als Jan Vonk, Willem van buurman Jan R. Pasterkamp, Lub, Ale’s vrijer.
    19 November. Van velen die een schuilplaats in het riet gezocht hadden en er een kouden, natten, angstigen nacht doorgebracht hadden, kwamen vanmorgen Hessel D. van Urk en Gerrit F. Barends over den Dijk naar Urk. Gisteravond laat moesten velen hier inkwartiering dulden nadat die soldaten in vele huizen in Urk-oost huiszoeking hadden gedaan. Om ongeveer half elf ging gisteravond de bel van den omroeper Willem Post door de gemeente, meldend dat de huisgenoten van hen, die om tien uur nog niet uit de school teruggekeerd waren, aan de hunnen boterhammen, een deken en een overjas konden bezorgen. Hedenmorgen zijn die menschen, ik hoorde van A. 98 personen, weggevoerd, o.a. de predikanten Spijker en Pietersma, de onderw. Laferte en Lub M. Kramer, de groenteh. Jelle L. Kramer en buurman Hein Koffeman, Jan L. van Dalfsen enz. Buurman Abraham A. Ras, Jac. L. Loosman en anderen op de verklaring van de geneesheeren weer vrijgelaten.
    22 November. Al die menschen zijn, na eerst bij Vollenhove verbleven te zijn, thans naar Meppel vertrokken. Ds. Doorenbos is nog te V(ollenhove) bij zijn zoon geweest. In Kampen moeten duizenden gebracht zijn en zeer vele zieken in hotels, gehoorzaal enz. zijn. Heden vier keer luchtalarm, even zonneschijn.
    26 November. Bij den aanvang van de dienst in de kerk zei me dokter Vonk, dat dokter Andriessen (die naar Meppel was gegaan, men zegt om ds. Spijker een pakje te brangen) daar insgelijks is vastgehouden. Voor het eind der godsdienstoefening luchtalarm, dus met allen in de kerk moeten blijven tot men buiten mocht. W. Metz, die leeskerk gehouden had, liet enkele psalmverzen zingen en toen het orgel de wijs van ‘Een vaste Burcht’ begon, werd al gauw het eerste en tweede vers meegezongen. Daarna ‘Als g’ in nood gezeten.’ Voor het tweede vers nog werd luchtalarm afgeblazen.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    We zouden, zoals beloofd, terugkeren naar de Westhavenbuurt en onze wandeling voert ons naar de achterzijde van de gebouwen die we in de vorige aflevering beschreven. Hoed af, beste lezers, want we zijn aangekomen op een wel zeer bijzondere plek, het gebouw van de vereniging ‘Hulp en Steun’ midden op de foto. Die vereniging is misschien wel de oudste vereniging die ooit op Urk heeft bestaan. Al aan het eind van de achttiende eeuw wordt gewag gemaakt van een ijsvlet met bemanning, die wordt vermist. Het Heilig Avondmaal werd onder die omstandigheden uitgesteld. En daarmee zijn we meteen bij de bestemming van het gebouw: loods van de ijsvletten, boetzaal en vergaderlokaal. Toen deze foto werd gemaakt was de ijsvlet reeds verleden tijd. Met de ontsluiting van Urk (1947 – 1948) werd de ijsvlet overbodig, evenals de bootverbinding met Kampen. De laatste vlet ging naar het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen en de boten van de Eerste Urker Stoomboot Mij. werden de een na de ander opgelegd en vervolgens verkocht. Die ijsvlet bracht in strenge winters, als de lijnboten wegens ijsgang niet konden varen, de post naar het eiland Schokland, waar ze werd overgenomen door de Kamper ijsvlet. Die laatste vlet had de post voor Urk aan boord en op Schok werd van vracht gewisseld. Ook ernstig zieken werden wel met de vlet vervoerd. Dat lijkt erg simpel, maar dat was het in de meeste gevallen helemaal niet. Het is gebeurd dat een vlet die op donderdagmorgen vertrok eerst op de late zaterdagavond terugkeerde. Er moest toen gefakkeld worden om de dodelijk vermoeide bemanning naar Urk te loodsen.
    De tijd van de ijsvlet ligt ver achter ons. Op de plek van het gebouw ‘Hulp en Steun’ staat nu een van de bedrijfsgebouwen van Piet Brouwer. Piet, de vervaardiger van ‘onze’ ijsvlet aan de dorpsingang, liet een sculptuur van zijn hand inmetselen in de zuidmuur van het gebouw.
    Bijna alle panden op deze foto zijn verdwenen. De achterkant van de oude visafslag, links op de voorgrond, was enige tijd als woonhuis in gebruik en nog weer later als kantoor van de Coöperatie. Alleen de woning van Hendrik en Ede Gerssen, onder aan de hoogte, staat er nog. Ale Keuter-Snoek, dochter van Gerrit Snoek, woonde er het laatst.