Tag: Klaas Jelle Koffeman

  • 28 maart 2002

    Oenze eagen Urker taol

    Allemeneur zegt de Fraansman
    Oenze Bape, je moeten wat minnezieren mit eten, je binnen dikken in vet genoeg. Ja, lot ’t foederezieren an mij over, in as ik vor de petaozie zùrg, dan vergeet ik m’n zelf niet. Ik bin niet zo krimmenîelig as jie. Maar as je zo rei binnen, avvezier je niks, in je verslabbezieren je boeltjen. Wat is je kesse beskandelezierd, in om je biebel zit gien kappetoris maar, dat is toch gien rezon. Ik kan ’t ok niet elpen. De kiengeren verrinnewieren alles. Klaos èt m’n kesse zo verdestewierd toe ik niet in eus was. In toe ik ’m op z’n falie gaf, ging ie ’t zo destelaot an, dat de buren kwammen kieken wat we vor meleur adden. Maar ’t is waor, ik eaw een skaverottig boeltjen. Moet je nou mit zókke petienesen an lopen? Ei je gien knappe meulen maar? Je kunen ze vor een skaviele prees kopen. ’t Is ok skandaolig dat je mit stókkende mouwen lopen. Ik eaw nog wel een leppien vor je, in je skappeleur erbij. Je binnen een stók sacherijn om zo te kondiezen. Wiet je nog maar op m’n an te marken? Ik ouw ervan wt vor m’n kontantemint t’ eawen, dat komt een mins toe. Ik bin niet zo maltintig as jie. In lotten we ’t nou maar es over de kost eawen. Wat eet je vandage?

    – allemeneur – toe dan maar (á la bonheur)
    – minnezieren – minderen (s’ amoindrir)
    – foederezieren – etenswaren inslaan (fourrager)
    – petaozie – eetwaar (potage)
    – krimmenielig – zuinig, gierig (criminel)
    – avvezieren – vooruitkomen in zaken (avancer)
    – verslabbelezieren – beschadigen (scandaliser)
    – kappetoris – kaft (capoter, courverture)
    – gien rezon – dat geeft geen pas (raison)
    – verrinnewieren – vernielen (ruiner)
    – verdestewieren – kapot maken (destruire)
    – ’t destelaot angoon – verschrikkelijk schreeuwen (desolation)
    – meleur – ongeluk (malheur)
    – skaverottig – in slechte staat, beschadigd (scabreux)
    – petienesen – rare schoenen of sloffen (bottines)
    – skaviel – schappelijk (civiel)
    – skappeleur – knippatroon
    – sacherijn – allemansverdriet (chagrin)
    – kondiezen – bevelen, bedingen (conditionner)
    – kontantemint – gebruik, deel (comptant, contenter)
    – maltintig – overdreven voorzichtig (malentendu?)

    Het laatste jaar (9)

    27 November. Eindelijk vanmorgen een brief uit Voorburg, geschreven 15 november, gestempeld 17 november en bij Jojohan en Lies alles wel. In Voorburg waren (tot viaduct) dekens en mannenbovenkleding gevorderd. In Zoetermeer werd voor een mud aardappelen 85 gulden en meer gevraagd. Nog één uur gas per dag. In Zutphen een munitietrein ontploft, de Deventerweg vernield, daarna in de buurt van Da en Henk een voltreffer. Henk en Da ongedeerd.
    29 November. Een brief van Piet. Alles wel, maar ze hebben veel angst uitgestaan bij de bomaanval op het station. Ook de tunnel aan ene zijde erg beschadigd. Duurde met tussenpozen van ’s morgens 7.30 tot n.m. 5 uur. Ook op de Boelenkade en Graaf Florisweg enz. bommen. Veel dooden en gewonden. Gelukkig bij Piet geen verlies, een ruit stuk. Ook daar de bovenkleding vordering (jassen). Een dag later werd bij hen die niet ingeleverd hadden het huis doorzocht en leeggehaald.
    9 December. Vandaag weer, evenals gisteren, drie keer luchtalarm. Telkens massa’s vliegtuigen over Urk. Eén moet een zak met chocolade en snoeperijen en ook thee hebben geworpen. Sint Nicolaas, doch ’t kwam als buit bij de Duitsers terecht.
    7 December. Vanuit Kampen gehoord dat daar en in Overijssel heden voor ’t laatst electrisch licht zal branden. De omroeper maakte bekend dat ons rantsoen in November nog 10 K.W.) is verlaagd tot 7 K.W. Wie meer gebruikt wordt onverbiddelijk afgesneden. De lamp mag hoogstens 40 kaars zijn. Controle.
    10 December. De collecte voor het Roode Kruis heeft in de Gereformeerde kerk heden opgebracht ruim 1700 gulden, totaal bijna 2000 gulden.
    11 December. Buurman Hein Koffeman met de anderen weggevoerd, is wegens afkeuring hedenavond teruggekeerd. De anderen zijn bij Meppen, plm. 1200 mensen, in een school ondergebracht. Geen zwaar graafwerk, eten en ligging (in hooi) goed. De predikanten Spijker en Pietersma voor geestelijke verz. maken het best en dokter Andriesen heeft toezicht als geneesheer.
    14 December. Ik ben heden 82 jaar, maar Piet noch Johan konden komen, geen reisgelegenheid. Ook geen brieven als vorige jaren.
    16 December. Toch nog een brief van Piet van W. en Jenny van 3 december. Chr. Vermeulen roodvonk gehad, verzorgd door Bram, heeft sedert de wegvoering van haar man niets meer van hem vernomen. Jac. V. mag (na) operatie naar zijn woonplaats Heenvliet, op een geleende fiets terug gesukkeld. Jenny schrijft nu dat ook te Rotterdam geen electrisch licht meer brandt en geen trams meer rijden. Per omroeper maakt de commandant bekend dat blijkens de boekhouding van de afslag vrij wat visschers niet gevischt of geen visch aan den afslag gebracht hebben. Wanneer zij zulks nalaten zullen ze direct naar Duitschland gestuurd worden. Deze week is Zwolle zwaar getroffen, vooral de omgeving van de Thorbeckegracht en Zwarte Water. Veel dooden.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    We verlaten de Westhaven en gaan de hoogte op naar het oude raadhuis en de Bethelkerk. Bovenaan die hoogte (rechts) stond het huis van Jannetje Snijder, onder ons bekend als ‘de kleine’. Een gedeelte van haar woning zien we uiterst rechts op de foto. Op diezelfde plek staat nu een nog niet betrokken nieuwbouwwoning. In het grote huis daarnaast woonde vroeger Klaas Kramer, de vader van de latere gemeente-ontvanger Willem Kramer, die er ook lange tijd heeft gewoond. Nu wonen er Hendrik Pasterkamp en Riek (van Klaas Jelle) Koffeman, Wijk 1 nr. 53. In het pand Wijk 1 nr. 54 (met de witte gevel) woonde Hendrik Pasterkamp, die werkzaam was bij de posterijen. Later werd de woning betrokken door Maarten Post en Alie (van Riekeltje) Post-Visser. Op Wijk 1 nr. 55 woont nu Willem de Jong. Jacob Wakker en Ilse Wakker-Schrijver wonen op Wijk 1 nr. 56. Ooit woonden hier Lucas (‘Juun’) Schrijver en Hiske Bakker. Juun was een van de grondleggers van de Urker visexport en als zodanig verdient hij een plaats in de eregalerij der pioniers op dat gebied. Hij was een gewaardeerd lid van de Chr. Reciteervereniging ‘Dindua’ en in die kwaliteit was hij een bekwaam dus gevreesd debater. Op Wijk 1 nr. 57 vinden we nu nog de historische zeilmakerij van de familie Snijder. Een gevelsteentje geeft nog het jaartal aan waarin dit gebouw werd neergezet. Klaas Snijder is de laatste van dit roemruchte geslacht die het aloude ambacht nog beoefende. Een andere Snijder, Willem van Tuus, bewoonde het grote pand links op de foto. Hij dreef er een winkel en had er zijn boerenbedoening. Als we ons goed herinneren bevond de hooizolder zich aan de oostzijde van het pand. Een foto van Willem is terug te vinden op pagina 139 van het boekje ‘Veranderd Land’. Hij deelt de pagina met Willem van Pieter Nentjes, zo mogelijk met een nog markanter kop. Die boeren van toen, een eigenzinnig slag volk, taai en onverzettelijk. Het huis werd na de Tweede Wereldoorlog afgebroken, de bomen waren toen al gerooid. Dezer dagen vonden wij in ons archief een kaart uit 1891 van ir. A. Keurenaer van Rijkswaterstaat. Daarop is de oude school nog te zien op de plek waar nu Museum ‘Het Oude Raadhuis’ gevestigd is, dus aan de overkant van de huizen op deze foto. De berg tussen de vuurtoren en het Kerkje aan de Zee werd toen nog het ‘Hooge Klif’ genoemd. Eens heeft een grote weide zich uitgestrekt van de vuurtoren tot de Bethelkerk. In twintig jaar tijd (1870 – 1890) verrezen hier vier rijen huizen, de eerste Urker nieuwbouwwijk die wij nu kennen als Wijk 3.

  • 28 februari 2002

    Oenze eagen Urker taol

    DALJE
    Ongerlestet krieg ik een emailtjen van een goeie bekinde. IJ was terogge ekeumen van z’n wientersportvakantie. Al z’n liedemaoten wazzen nog in de ongebruken toestand gelokkig. Een ongelok legt in bar klean oekien, zoas we wieten. Z’n eerste vraag was of ik ok al terogge was van de wientersport. Nou kreeg je mij gien barg op, lot stoon òf op twie plinkies.’r Is vor mij maar iene Barg in dat is de Barg in die makt diel eut van Urk. Oge in mooi genoeg vor mij. Nou skenen ze nao dat geskie, as ze goed rozerig binnen van de snijacht in de beutenlocht, onger et genot van een glaosien glühwein nog effen bij eenkanger te zitten. In dan moet je et toch arges over eawen nietwaor? Dus waoromme niet over et Urker dialect. Nou ad iene van de gasten een Urker oren zeggen, dat ie em ers effies dalje zou gieven! Wat zou dat nou vor en woord wezen. Waor zou dat vandoon koemen? Daor ku’je al nippend uren over memeren, voral as je et niet wieten. Dus krieg ik dat as twiede vrage in et emailtjen op m’n burdjen: Klaos waor komt dat woord dalje vandeen in wat beteaket et? Nou zwigt de woordenliest van Meertens & Kaiser ’r over. In ok in et boekien van Tromp de Vries ‘Leven in taal van het eiland Urk’ stot niks over dit woord. Toch is et gien nijd woord. Et woord et ouwe papieren. Maar is gewoen niet mie eneumen of over et oofd ezien. Dat kan gebeuren. Dalje is een Westfriesch woord. In worde daor gebrukt in eutdrokkigen die wat mit stievig, flink of geducht te maken eawen. Een vuurbieldjen: ‘De lucht is dik, er zel dalje komen’. Dalje beteaket in dat geval ievige neerslag. Regen of snijacht. Maar ok ‘dalje kriigen’ – een stievig pak slaag kregen. Et woord ‘daljen’ of ‘doljen’ komt varders ok vuur in et Friesch in daor dan in de beteakenisse van sloon of ranselen. De beteakenisse is dus: arges stievig tugenan goon! Over stievig ’r tugenan goon espmken. De dialectkring zal op 14 maart 2002 een dialect-aved organisieren in et Juugd. Over winkelen vroeger in tegenwoordig. Mit veraolen, een kwis in wellicht ienige zang. Inlichtingen in kaorten bij et Juugd. Iederiene kan koemen tot de kaorten op binnen. Wij zullen em dalje gieven!

    Duur K.J. Romkes

    Brief uit Gouda

    Willem Kroon (2)
    Op een van onze reizen van Enkhuizen naar Urk had ik een interessante ontmoeting met een hoge militair. Toen ik hem het bestelde kopje koffie bracht vroeg hij mij waar hij zou kunnen slapen op Urk. Ik vroeg me verwonderd af wat zo’n hoge militair op Urk moest doen. Of hij mijn gedachten raadde zei hij: “Jij denkt zeker: wat moet zo’n man nu op Urk doen. Dat zal ik je zeggen. Ik heb daar een gedeelte van mijn jeugd doorgebracht. Mijn vader was daar dokter. Heb je wel eens van dokter brouwer gehoord?” Ik beaamde dit en toen volgde een gesprek met de man van achter in de veertig, dat ik me nog goed kan herinneren. We leunden met onze armen over de railing en keken de zee op, die door de bewegingen van de boot dan weer dichtbij en dan weer verder van ons af was. “Ben je voor de dienst afgekeurd”, vroeg hij. “Nee, ik ben buitengewoon dienstplichtige gemaakt.” “Dat zal zo lang niet meer duren”, zei hij. “We zijn bezig de oudjes naar huis te sturen en de vrijgestelden toch maar te laten opkomen.” “Dus ik word ook de pineut”, zei ik. “Wat zou ik er voor willen geven als mijn zoon de pineut was geworden”, zei de man. “Is hij dan afgekeurd?” “Nee, voor de keuring is hij al gestorven.” En hij vervolgde: “Ik vlucht in het verleden. Mijn dochters studeren en hebben hun eigen besognes. De kazerne is mijn thuis, want als ik in mijn eigen huis kom, is daar niemand… mijn vrouw is ook overleden.” Ik zag het verdriet en de eenzaamheid van de man ondanks zijn mooie buiten model uniform. “Ja!” – en de man draaide zich om, “waarom vertel ik je dit allemaal?” “Och een mens wil zijn hart wel eens luchten”, opperde ik, “als je alles opkropt is het ook niet goed.” Ja, wat moet je anders zeggen. Ik kreeg een klap op mijn schouder bij het passeren van de lichtboei. “Breng mijn nog maar een kop koffie.” Dit was de ontmoeting met de zoon van een oud-Urker dokter die zijn verleden aan het zoeken was. Zo voeren we maar voort naar Kampen, Enkhuizen en af en toe naar Lemmer met arbeiders van de Zuiderzeewerken. Dit laatste hield in dat je ook de zondag in Lemmer door moest brengen. Ging je ’s middags naar Enkhuizen, was je ’s avonds thuis. Van Enkhuizen kwamen de avondbladen, de Amsterdammer en de Standaard, maar ook de laatste post die in de postwagen tussen Amsterdam via Stavoren werd gesorteerd. De P.T.T. van Enkhuizen zorgde dat de post voor Urk per bakfiets of transportfiets op de boot gebracht werd. De kranten moesten we zelf halen en dat was een hele sjouw. Ik zou die avond de kranten halen. De boot uit Stavoren liep binnen en ook de diesel uit Zaandam kwam het station binnen. Gauw de twee stapels kranten pakken en bij de Enkhuizer P.T.T. brengen, zodat die de reis naar de Insula per bakfiets kunnen beginnen. De laatste passagiers gaan uit de trein naar de treinboot naar Stavoren. Urkers zag ik niet, of toch? Daar kwam nog een militair die ik meende te herkennen. De boord van zijn uniformjas stond open en het jasje bolde rond zijn welgedane body. Ook de broek was strak om de bibs gespannen. Willem, want die was het, Willem van Meindert van Okke Meindert, was best gegroeid sinds hij voor zijn nummer had gediend.

    Wordt vervolgd, JtN

    Bij een oude foto

    In de ‘Kleine Courant’ van 7 februari jongstleden schreven wij over de uitleg van de haven in westelijke richting in 1878 en de daarmee gepaard gaande komst van diverse bedrijven en bedrijfsgebouwen. We blijven ook deze week nog even in de havenbuurt. Beschreven we in het vorige nummer de taanhoogte, nu richten we onze aandacht op de nabij gelegen woningen en bedrijven. Ze stonden onderaan de hoogte die in de volksmond ‘spekhoogte’ werd genoemd. De zeilmakerij van Lucas Snijder was nog niet verbouwd, er zou later een verdieping op komen met ramen die uitzicht gaven op de haven. Over het tanen schreven we eerder. De zeilmakerij had niet alleen een ambachtelijke functie, maar eveneens een sociale. Oud-vissers en landlui van uiteenlopende pluimage kwamen hier graag om de dingen van de dag te bespreken. ,,hier kwamen de zonen des volks bijeen en zaten op de gladde houten balken, glad door het schuren van hun pilobroeken. Hier waren ze onder huns gelijke. En daarom ontplooiden de schuchteren hier gaven van hoofd en hart, welke onontdekt gebleven zouden zijn, indien niet de ‘winkel’ tot activiteit had genood. Hier sleep en polijstte men elkaars gevoelens” schreef Mariap van Urk in Urker ambachten en bedrijven (1955). Mooi gezegd. Het hoge huis op de achtergrond werd ooit bewoond door Inte van Trui, die er een koffiehuis annex winkel dreef. De Volendammer vissers, voor wie zij een moeder was, kwamen er graag. Sommige van hen kwamen ook op haar begrafenis. Later dreven Klaas Jelle Koffeman en zijn vrouw Jannetje er een ‘logement’. Ooit moet het een dokterswoning zijn geweest, die van de chirurgijn Leendert Hoefnagel. De visserswoning ernaast behoorde aan Riekelt de Vries. Vanuit deze woning begon Piet Brouwer zijn elektrotechnische installatiebedrijf op te bouwen, dat vorige jaar zijn voorlopige bekroning kreeg met een aan alle eisen des tijds voldoend modern bedrijfspand op het industrieterrein. De bedrijfspanden rechts op de foto behoorden ooit aan de vishandelaar Jan Brouwer. De vaten rechts zullen het zilver van de Zuiderzee bevat hebben, de gezouten ansjovis, die plaatselijke handelaren beurtelings rijk of arm maakte, naar materiële maatstaven gerekend dan. Later had Douwe Gnodde hier een vis verwerkend bedrijf en een winkel, die toen al een vooruitstrevende naam kreeg: ‘Urker Stores.’ Wie wonen er nu? Op de plek van het hoge huis Gerrit en Heiltje Koffeman. Daarnaast Henk en Connie Brouwer en rechts Hendrik en Marretje Koffeman.