Tag: Kerkje aan de Zee

  • 11 april 2002

    Brief uit Gouda

    De Kalkenstraat (1)
    Zo noemden wij de straat die liep vanaf de achterkant van het huis van Hein Ras, beter bekend in die tijd als manke Hein, zo naar het oosten waar hij aansloot op de samengevoegde Prins Hendrikstraat en Raadhuisstraat. Toen hij gemaakt werd was dit een levendige straat met veel vertier. Wonderlijk was het dat deze straat links en rechts langs de achterzijden van de daar gebouwde woningen liep. De naam ‘Kalkenstraat’ werd door de oudere bewoners daar ter plaatse zo gegeven, omdat de vroegere huizen ook met veel kalk en tras werden gebouwd. De jongere mensen gaven de straat een andere naam en hielden die in ere. Het plaveisel van de straat werd gemaakt van zand, fijn grind en cement. Dít mengsel van zand en cement, met wat kalk toegevoegd, werd later ook bij de bouw van de nieuwe huizen gebruikt om de muren te metselen. Zo had de straat twee namen: Kalkenstraat en Cementenstraat. Wij willen proberen om de bewoners ter weerszijden van de straat tijdens de bouw van de straat te traceren. Eén riolering in de straat kon dus de woningen aan beide zijden bedienen. Voorzover wij weten was er in die tijd geen riolering langs de noordkant van de woningen van Wijk 6, die toen de uiterste rand van het dorp vormde, voordat de woningen in Wijk 7 in de jaren tussen 1930 en 1940 werden gebouwd. Wellicht is er, eer dat de straat werd aangelegd, een riolering gemaakt. In de Oudestraat was al in mijn jeugd in de straat waar ik woonde (Wijk 6-23), een riolering aangelegd. Toen de Kalkenstraat werd aangelegd was dit een heel spektakel. Of het een werkverschaffingsproject was en er misschien wat centen overgebleven waren van de bouw van de regeringshuizen is mij niet bekend. Maar hij werd gemaakt en het was een hele verbetering. Hendrik Nentjes was in die tijd de opzichter van de gemeente. Gemeentewerken kan ik het niet noemen, want het geheel stelde toen nog niet veel voor. Veel gemeentepersoneel was er toen nog niet in dienst. Geert van Eerde was toen de timmerman in vaste dienst. Verder was daar de gemeentereiniging en die bestond uit Jan Kroeze en Klaas (de baron). Jan zorgde tevens voor het paard dat de kar trok en de zorg voor de gemeentestier was hem ook toevertrouwd. Zo had Jan ook de regie als de stier zijn plicht moest doen om nakomelingen bij de Urker koeien te verwekken. Dit laatste gebeurde altijd binnenshuis in de gemeenteboet. Omdat ik vaak bij Klaas van Urk in de stal vertoefde mocht ik een keer mee om een koe bij de stier te brengen. Toevallig waren er twee koeien die behoeftig waren naar een mannelijk koebeest. Dus de Zeeman (Cees Kroon) en ik voerden elk een koe aan het touw naar de voorstelling. Eerst mocht ik van Jan Kroeze niet naar binnen, want anders zou ik een ‘pinoge’ krijgen van de handeling. Maar Cees bracht naar voren dat de koeien op de wei ook wel eens aan het klimmen waren en dat ik daar wel aan gewend was. Zo bleef ik dus, maar ik vond het springen van de zware stier op de ranke witrug een ruwe vertoning en ik besloot om maar geen boer te worden. Dit waren dus allemaal gemeentelijke handelingen waar Hendrik Nentjes dus ook zijn bemoeiingen mee had. Hendrik Nentjes was een kort stevig mannetje met donkere priemende ogen in zijn hoofd. Vanwege zijn maatschappelijke functie droeg hij een hoed. Later, toen Geert van Eerde een wat ‘opzichterlijke’ functie kreeg, ging hij zijn pet thuislaten en kwam op het werk met een hoed, nadat hij een nieuwe zondagse hoed had aangeschaft. Hendrik Nentjes werd ‘het boasien’ genoemd of ook wel het Kampertje. Dit laatste is nog waar ook, want Hendrik is op Urk geboren, maar heeft in Kampen gewoond. Hendrik was namelijk een zoon van Hendrik Dubbelsz Nentjes, die postschipper was en getrouwd met Jannetje Jacobsd. Snoek. Zijn ouders hebben als Urkers in Kampen gewoond. Een zuster van hem, Marretje Hendriksd. Nentjes is op 26 mei 1892 op 22-jarige leeftijd getrouwd met Pieter Brouwer (Piet van Geertjen). Toen zij op Urk wilden trouwen, moest Marretje eerst uit de boeken in Kampen worden overgeschreven naar de Urker gemeentelijke boeken. Piet was vishandelaar, winkelier en koopman en hij ging in de politiek. De Nentjessen waren een ordentelijke familie in die dagen en zo werd dus de zwager van Piet Brouwer, Hendrik geheten, opzichter bij de gemeente Urk. Hendrik werd verliefd op een meisje dat Marretje de Vries genaamd was. Marretje was thuis bij Willem van Tromp en zijn vrouw. Zij hadden geen kinderen en Marretje kwam bij haar oom en tante thuis.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    Als het kleine huisje, centraal op deze foto, kon spreken, zou het heel wat te vertellen hebben. Lange tijd was het namelijk de Urker brandweerkazerne. Ooit menen wij te hebben gelezen dat het eerste brandweerhuisje op Urk zich naast het Kerkje aan de Zee bevond. Even nazien: dat klopt, maar het was de voorganger van het huidige kerkje dat na 1714 werd gebouwd. Creutz vermeldt het in een rapport dat op 3 mei 1781 werd opgesteld voor de stad Amsterdam, toen eigenaar van het eiland. (C. de Vries, pag. 282). De ‘kazerne’ op deze foto stond op Wijk 1 nr. 58. Rechts van het gebouwtje stond het enige openbare toilet op Urk. Links van het brandweerhuisje bevond zich de woning van Jelle en Lubbetje Hakvoort, Wijk 1 nr. 59. Nu staat op dezelfde plek een nieuw gebouwtje met een aardig voorkomen, een bergruimte voor de familie Post. We gaan naar het gebouw rechts op de foto, de zeilmakerij van de gebroeders Snijder. Een steen in de noordmuur, oud en verweerd, meldt ons: ‘Eerste steen gelegt door T. Snijder, Den 27 Augustus 1852’. Over de Snijders hebben wij al het een en ander verteld. Ooit waren zij scherprechters die hun huiveringwekkend beroep uitoefenden in de goede stad Kampen. De beulszwaarden hangen nog in het voormalige middeleeuwse stadhuis van die stad. Wie, die ooit Hendrik Snijder gekend heeft, niet lopend, maar schrijdend in statige zelfverzekerdheid, zondagsschoolonderwijzer en prominent kerkenraadslid, maar vooral beschaving uitstralend, zou dat ook maar enigszins vermoeden? Hoe kwamen de Snijders op Urk? Vermoedelijk vanwege groeiende morele bezwaren tegen het vak. Cees Snijder uit het Limburgse Berg en Terblijt vond aan het begin van de achttiende eeuw een Hendrikus Snijder als wonderchirurg en mogelijk eigenaar van een zeilmakerij op het eiland Urk. Nader onderzoek deed hem in Kampen belanden, waar hij erachter kwam dat genoemde Hendrikus de zoon was van een Kamper scherprechter. Nu hebben we het nog niet gehad over het pand links op de foto. Dat was ooit de bekende ‘Bazar ’t Hoekje’ van Jantje Hulsman. Zij was getrouwd met Piet Hulsman, die later als arts afstudeerde. Het echtpaar heeft enige tijd in het toenmalige Nederlandsch Oost-Indië gewoond, waar ook dochter Augusta (‘Guus’) werd geboren. Het pand werd later een elektro-winkel en nog weer later kreeg het een horecabestemming (‘De Dichte Duur’). Nu wonen er Harmen Luut en Henny Bakker. Aan de zuidzijde van het huis is een naambord aangebracht: ‘Custos Deus’, dat was het schip van vader Jan Kramer. Tot de volgende keer.

    Het laatste jaar (11)

    Doch verreweg nog beter dan bijna overal bij onze medeburgers, die zich met een klein lichtje of ook wel zonder behelpen moeten. De boot is j.l. Donderdag voor het eerst weer gevaren naar Kampen (naar Enkhuizen al een paar weken niet) en kwam hedenmiddag in de haven, na enige uren in het ijs voor de haven te hebben gezeten, tot een sleepboot te hulp kwam. Van A. hoorden we, dat hier een 50 D(uitsers) zullen komen en daarvoor de westvleugel van de school gevorderd wordt.
    14 Februari. Heden 2e Woensdag in Februari weer Biddag en 5 keer luchtalarm, en door de Waffenbooten in de haven fel geschoten. Gisteravond door de ‘Insula’ (een van de Urker veerboten, red.), daartoe door het Roode Kruis gebruikt, 200 kinderen uit Amsterdam aangebracht en voor twee nachten in veler gezinnen opgenomen.

    Wordt vervolgd

  • 28 maart 2002

    Oenze eagen Urker taol

    Allemeneur zegt de Fraansman
    Oenze Bape, je moeten wat minnezieren mit eten, je binnen dikken in vet genoeg. Ja, lot ’t foederezieren an mij over, in as ik vor de petaozie zùrg, dan vergeet ik m’n zelf niet. Ik bin niet zo krimmenîelig as jie. Maar as je zo rei binnen, avvezier je niks, in je verslabbezieren je boeltjen. Wat is je kesse beskandelezierd, in om je biebel zit gien kappetoris maar, dat is toch gien rezon. Ik kan ’t ok niet elpen. De kiengeren verrinnewieren alles. Klaos èt m’n kesse zo verdestewierd toe ik niet in eus was. In toe ik ’m op z’n falie gaf, ging ie ’t zo destelaot an, dat de buren kwammen kieken wat we vor meleur adden. Maar ’t is waor, ik eaw een skaverottig boeltjen. Moet je nou mit zókke petienesen an lopen? Ei je gien knappe meulen maar? Je kunen ze vor een skaviele prees kopen. ’t Is ok skandaolig dat je mit stókkende mouwen lopen. Ik eaw nog wel een leppien vor je, in je skappeleur erbij. Je binnen een stók sacherijn om zo te kondiezen. Wiet je nog maar op m’n an te marken? Ik ouw ervan wt vor m’n kontantemint t’ eawen, dat komt een mins toe. Ik bin niet zo maltintig as jie. In lotten we ’t nou maar es over de kost eawen. Wat eet je vandage?

    – allemeneur – toe dan maar (á la bonheur)
    – minnezieren – minderen (s’ amoindrir)
    – foederezieren – etenswaren inslaan (fourrager)
    – petaozie – eetwaar (potage)
    – krimmenielig – zuinig, gierig (criminel)
    – avvezieren – vooruitkomen in zaken (avancer)
    – verslabbelezieren – beschadigen (scandaliser)
    – kappetoris – kaft (capoter, courverture)
    – gien rezon – dat geeft geen pas (raison)
    – verrinnewieren – vernielen (ruiner)
    – verdestewieren – kapot maken (destruire)
    – ’t destelaot angoon – verschrikkelijk schreeuwen (desolation)
    – meleur – ongeluk (malheur)
    – skaverottig – in slechte staat, beschadigd (scabreux)
    – petienesen – rare schoenen of sloffen (bottines)
    – skaviel – schappelijk (civiel)
    – skappeleur – knippatroon
    – sacherijn – allemansverdriet (chagrin)
    – kondiezen – bevelen, bedingen (conditionner)
    – kontantemint – gebruik, deel (comptant, contenter)
    – maltintig – overdreven voorzichtig (malentendu?)

    Het laatste jaar (9)

    27 November. Eindelijk vanmorgen een brief uit Voorburg, geschreven 15 november, gestempeld 17 november en bij Jojohan en Lies alles wel. In Voorburg waren (tot viaduct) dekens en mannenbovenkleding gevorderd. In Zoetermeer werd voor een mud aardappelen 85 gulden en meer gevraagd. Nog één uur gas per dag. In Zutphen een munitietrein ontploft, de Deventerweg vernield, daarna in de buurt van Da en Henk een voltreffer. Henk en Da ongedeerd.
    29 November. Een brief van Piet. Alles wel, maar ze hebben veel angst uitgestaan bij de bomaanval op het station. Ook de tunnel aan ene zijde erg beschadigd. Duurde met tussenpozen van ’s morgens 7.30 tot n.m. 5 uur. Ook op de Boelenkade en Graaf Florisweg enz. bommen. Veel dooden en gewonden. Gelukkig bij Piet geen verlies, een ruit stuk. Ook daar de bovenkleding vordering (jassen). Een dag later werd bij hen die niet ingeleverd hadden het huis doorzocht en leeggehaald.
    9 December. Vandaag weer, evenals gisteren, drie keer luchtalarm. Telkens massa’s vliegtuigen over Urk. Eén moet een zak met chocolade en snoeperijen en ook thee hebben geworpen. Sint Nicolaas, doch ’t kwam als buit bij de Duitsers terecht.
    7 December. Vanuit Kampen gehoord dat daar en in Overijssel heden voor ’t laatst electrisch licht zal branden. De omroeper maakte bekend dat ons rantsoen in November nog 10 K.W.) is verlaagd tot 7 K.W. Wie meer gebruikt wordt onverbiddelijk afgesneden. De lamp mag hoogstens 40 kaars zijn. Controle.
    10 December. De collecte voor het Roode Kruis heeft in de Gereformeerde kerk heden opgebracht ruim 1700 gulden, totaal bijna 2000 gulden.
    11 December. Buurman Hein Koffeman met de anderen weggevoerd, is wegens afkeuring hedenavond teruggekeerd. De anderen zijn bij Meppen, plm. 1200 mensen, in een school ondergebracht. Geen zwaar graafwerk, eten en ligging (in hooi) goed. De predikanten Spijker en Pietersma voor geestelijke verz. maken het best en dokter Andriesen heeft toezicht als geneesheer.
    14 December. Ik ben heden 82 jaar, maar Piet noch Johan konden komen, geen reisgelegenheid. Ook geen brieven als vorige jaren.
    16 December. Toch nog een brief van Piet van W. en Jenny van 3 december. Chr. Vermeulen roodvonk gehad, verzorgd door Bram, heeft sedert de wegvoering van haar man niets meer van hem vernomen. Jac. V. mag (na) operatie naar zijn woonplaats Heenvliet, op een geleende fiets terug gesukkeld. Jenny schrijft nu dat ook te Rotterdam geen electrisch licht meer brandt en geen trams meer rijden. Per omroeper maakt de commandant bekend dat blijkens de boekhouding van de afslag vrij wat visschers niet gevischt of geen visch aan den afslag gebracht hebben. Wanneer zij zulks nalaten zullen ze direct naar Duitschland gestuurd worden. Deze week is Zwolle zwaar getroffen, vooral de omgeving van de Thorbeckegracht en Zwarte Water. Veel dooden.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    We verlaten de Westhaven en gaan de hoogte op naar het oude raadhuis en de Bethelkerk. Bovenaan die hoogte (rechts) stond het huis van Jannetje Snijder, onder ons bekend als ‘de kleine’. Een gedeelte van haar woning zien we uiterst rechts op de foto. Op diezelfde plek staat nu een nog niet betrokken nieuwbouwwoning. In het grote huis daarnaast woonde vroeger Klaas Kramer, de vader van de latere gemeente-ontvanger Willem Kramer, die er ook lange tijd heeft gewoond. Nu wonen er Hendrik Pasterkamp en Riek (van Klaas Jelle) Koffeman, Wijk 1 nr. 53. In het pand Wijk 1 nr. 54 (met de witte gevel) woonde Hendrik Pasterkamp, die werkzaam was bij de posterijen. Later werd de woning betrokken door Maarten Post en Alie (van Riekeltje) Post-Visser. Op Wijk 1 nr. 55 woont nu Willem de Jong. Jacob Wakker en Ilse Wakker-Schrijver wonen op Wijk 1 nr. 56. Ooit woonden hier Lucas (‘Juun’) Schrijver en Hiske Bakker. Juun was een van de grondleggers van de Urker visexport en als zodanig verdient hij een plaats in de eregalerij der pioniers op dat gebied. Hij was een gewaardeerd lid van de Chr. Reciteervereniging ‘Dindua’ en in die kwaliteit was hij een bekwaam dus gevreesd debater. Op Wijk 1 nr. 57 vinden we nu nog de historische zeilmakerij van de familie Snijder. Een gevelsteentje geeft nog het jaartal aan waarin dit gebouw werd neergezet. Klaas Snijder is de laatste van dit roemruchte geslacht die het aloude ambacht nog beoefende. Een andere Snijder, Willem van Tuus, bewoonde het grote pand links op de foto. Hij dreef er een winkel en had er zijn boerenbedoening. Als we ons goed herinneren bevond de hooizolder zich aan de oostzijde van het pand. Een foto van Willem is terug te vinden op pagina 139 van het boekje ‘Veranderd Land’. Hij deelt de pagina met Willem van Pieter Nentjes, zo mogelijk met een nog markanter kop. Die boeren van toen, een eigenzinnig slag volk, taai en onverzettelijk. Het huis werd na de Tweede Wereldoorlog afgebroken, de bomen waren toen al gerooid. Dezer dagen vonden wij in ons archief een kaart uit 1891 van ir. A. Keurenaer van Rijkswaterstaat. Daarop is de oude school nog te zien op de plek waar nu Museum ‘Het Oude Raadhuis’ gevestigd is, dus aan de overkant van de huizen op deze foto. De berg tussen de vuurtoren en het Kerkje aan de Zee werd toen nog het ‘Hooge Klif’ genoemd. Eens heeft een grote weide zich uitgestrekt van de vuurtoren tot de Bethelkerk. In twintig jaar tijd (1870 – 1890) verrezen hier vier rijen huizen, de eerste Urker nieuwbouwwijk die wij nu kennen als Wijk 3.