Tag: Kampen

  • 18 april 2002

    Brief uit Gouda

    De Kalkenstraat (2)
    Een zuster van Marretje, Hiltjen, was ook bij een oom en tante, Hiltjen van Tromp, in huis. De oom was Frans geheten. Zij woonden in een groot huis in Wijk 6 tegenover het kleine winkeltje van Hessel Romkes. De ouders van Marretje en Hiltje woonden in Den Helder en de twee dochters werden op Urk opgevoed. Albert van Lukesien Brouwer werd verliefd op Hiltjen en ze trouwden ook. Hun eerste zoon werd Lukas genoemd en na een dochter kwam weer een zoon en deze werd vernoemd naar de man van tante Hiltjen, hij kreeg de naam Frans. Hiltjen de Vries was blijkbaar een erg doortastende vrouw, want in mijn jongenstijd werd zij Hiltjen van Lukesien genoemd. Haar man Albert Brouwer werd geen bakker, zoals zijn broers Jurie en Riekelt, maar had op de plaats waar nu de Wabu is een winkel in galanterieën en speelgoed. Op Tweede Pinksterdag hadden ze altijd op lange tafels voor de winkel een hele opstelling van ballonnen, molentjes enz. staan. Het pinkstergeld van de kinderen werd dan hieraan besteed. Broer Riekelt is wel eens met vader Lukas op visvangst geweest, maar zette dit niet door, hij werd later ook bakker. Vader Lukas was niet alleen visserman, maar liet in zijn huis, niet ver van het huis van Jan van Pieter Keuter, ook een oven bouwen en bakte brood en koek. Jurie bekwaamde zich daar in de edele bakkunst en Riekelt ging naar de wal emigreren en bekwaamde zich daar ook als bakker. Toen Wijk 7 nieuw werd gebouwd werd daar door Riekelt Brouwer een bakkerij, winkel en woonhuis gebouwd. Op het gebied van de banketbakkerskunst was Riekelt een vernieuwer. Zijn beroemde schuitjes, banket, koekjes en banketstaven waren van een uitzonderlijke kwaliteit. Geert Oost was altijd een goede klant van hem. Zoals reeds is aangegeven nam Jurie het bedrijf van zijn vader over tegenover de winkel van Jan van Pieter Keuter. Later verhuisde Jurie naar een pand tegenover zijn oude zaak. In die oude zaak vestigde zich toen Dubbele de Boer met zijn schoenhandel en schoenmakerij. Met Jurie ging het goed en hij sloeg zijn oog op het bedrijf van de familie Hoekstra tegenover het kerkplein. Hier werd een zeer modern bedrijfspand van gemaakt om de bakkerskunst tot grotere hoogte te stuwen. De winkel was één van de modernste voor die tijd met veel glas, gevat in zilveren buizen en dragers. Leendert Hakvoort was daar zijn meesterknecht. Zelf heb ik nog als kransjesbakker en duvelstoejager in de bakkerij van Jurie gewerkt toen ik zogenaamd nog in dienst was van Frits Bode in verband met de nieuwbouw van Bode’s bakkerij, toen de kransjesroes nog in volle hevigheid woedde. Lukas Brouwer, de oudste zoon van Hiltjen en Albert was toen bij zijn oom Jurie in dienst. ’s Morgens bakken en ’s middags samen met Jacob Roos en Gerrit Brands het baksel per broodkar aan de man of vrouw te brengen. Voorwaar, het was een gezellige tijd. Jurie probeerde ook zijn bakkersprestaties naar een hoger plan te brengen. Zijn brood stuurde hij wel eens op naar een tentoonstelling en menige prijs sleepte hij in de wacht. Zijn specialiteit waren de roombolletjes. Het recept voor de room had Jurie als een alchimist uitgedokterd. Zijn tweede vrouw Grietje kookte het en ik mocht het uit de keuken halen om op de broodjes te smeren. Het voorlaatste bedrijf was dan tegenover de schoenmakerij van Evert de Boer gevestigd, toen Jurie verhuisde naar het onderkomen van de Hoekstra’s, ging Louwe van Okke hier een groentenwinkel uitbaten. De man van Hiltjen stierf op jonge leeftijd en Hiltjen stond er toen alleen voor. Als de weduwe A. Brouwer ging zij verder door het leven. Die naam leefde voort als ‘WABU’ in het bedrijf dat door de zoons werd voortgezet. Hiltje stichtte een hotelletje en gaf onderdak aan reizigers en vertegenwoordigers. In de kelder werd een limonadefabriekje gesticht. Frans bekwaamde zich door studie als een echte Brouwer in het maken van limonadegazeuse. Door de kinderen van Albert en Riekelt werd voortgebouwd op het werk van hun ouders, maar het bedrijf van Jurie Brouwer is teloor gegaan. Ja, zo kom je op andere wegen en personen als je de Kalkenstraat wil beschrijven en de mensen die daar woonden.

    Wordt vervolgd, JtN

    Bij een oude foto

    Lange tijd, in ieder geval sinds 1890, was deze straat één van de twee invalswegen, je zou ook kunnen zeggen uitvalswegen van Urk. De hoogte naast de uitspanning van Frans en Dinie Brouwer (‘Wabu’) gaf namelijk toegang naar de boothaven, waar de boten van en naar Kampen en Enkhuizen afmeerden. Je kon dat (en kunt nog steeds) dat gedeelte van de Westhaven slechts op twee manieren bereiken. Via deze hoogte of via de hoogte nabij de havenmeesterswoning. De ‘Ostera’, die enige tijd de dienst op Amsterdam onderhield, meerde op een andere plaats, als we ons nog goed herinneren was dat de Dormakade. Niet vreemd dus dat we op het uithangbord links een wervende tekst zien voor souvenirs en ansichtkaarten. In het pand rechts op de foto woonde Willem Kroeze met zijn vrouw Willempje. Willem was een broer van Jan Kroeze, op Urk wel bekend. Nu wordt het inmiddels vernieuwde pand, Wijk 1-63, aan de zuidzijde bewoond door Greta Oost en aan de noordzijde door Fedde Veenstra. In het pand daarnaast woonden, toen deze foto werd gemaakt, Jacob Nentjes en zijn vrouw Nanne van Inte. Zij waren de ouders van onder andere Dubbele en Willem Nentjes. Dubbele was vishandelaar en Willem was ijsverkoper. Zijn ijstent (hij had trouwens ook een ijskar op luchtbanden) staat hier voor de ouderlijke woning op Wijk 1-64. In onze jeugd kostten de ijsjes respectievelijk vijf en tien cent. Over de activiteiten van de familie Brouwer schreven wij eerder. In de kelder onder de door hen gerunde uitspanning werd de basis gelegd voor het Urker limonadewezen. Later verhuisde het expanderende bedrijf, eerst naar het Urker Industrieterrein, nog weer later naar Kampen. Een experiment met het vervaardigen van wijn mislukte. Het vat met rode bessen, waaruit de grand cru had moeten ontstaan, ontplofte voortijdig. Dat was in de oorlogsjaren en het verhaal is van broer Iede uit Terneuzen. Naast de familie Brouwer woonden Klaas van Veen en Marretje Hoefnagel met hun gezin op Wijk 1-66. Egbert Korf dreef op nummer 67 zijn zuivelhandel en kruideniersbedrijf. Egbert was ooit Indië-ganger en vermaard lid van de vereniging ‘Dindua’, een vrolijk en veelzijdig man. De ijstent verdween en het pand daarachter herbergt nu de boutige ‘Unique’, gerund door Jeanette van Middendorp, in lederwaren. Frans Brouwer, de uitbater van de ‘Wabu’, was een uitstekende voordrager. Tijdens het declameren van een gedicht gewijd aan de bijbelse koning Saul en dat eindigde met de woorden ,,Mijn speer!” maakte hij zo’n suggestief gebaar, dat toehoorders achterom keken waar dat wapen, trillend in het achterschot van een oud Overijssels kerkje, terecht was gekomen. Tot de volgende keer!

    Het laatste jaar (12)

    Ze zullen aanstaande donderdagmorgen naar Kampen worden gebracht. De kapitein Jan Hakvoort vertelde dat in Amsterdam goed gekleede vrouwen hem om een droge boterham smeekten. De honger en de sterfte moet er groot zijn. 16 Februari. Gistermorgen was Johan met Hessel Keuter, Heetebrij, Iede G. Snoek om 11 uur reeds te Blokzijl, doch Iede Snoek is gauw per fiets naar Kampen vertrokken om de boot naar Urk te halen. Volgens hem was te Blokzijl en omtrek alleen met ruilwaren iets te bekomen. Onderweg zag Iede o.a. bij Genemuiden het land overal diep onder water en van de stuk geslagen boerderijen, schuren enz. spoelde het hout tegen den dijk waarover hij reed. Iede was kort tevoren in Amsterdam geweest en vond de toestand vreeselijk. Talrijke sterfgevallen, kinderen in massagraven in papier, de leege doodkisten terug om anderen in te leggen, grootere lijken in kartonnen hulsel, vaak per handwagen naar het kerkhof. Het broodrantsoen per week is 500 gram, 1 kilo aardappelen. Een heer kocht van hem, toen die toevallig een paar broodbonnen A bij hem zag, die twee voor 50 gulden.

    Wordt vervolgd.

  • 11 april 2002

    Brief uit Gouda

    De Kalkenstraat (1)
    Zo noemden wij de straat die liep vanaf de achterkant van het huis van Hein Ras, beter bekend in die tijd als manke Hein, zo naar het oosten waar hij aansloot op de samengevoegde Prins Hendrikstraat en Raadhuisstraat. Toen hij gemaakt werd was dit een levendige straat met veel vertier. Wonderlijk was het dat deze straat links en rechts langs de achterzijden van de daar gebouwde woningen liep. De naam ‘Kalkenstraat’ werd door de oudere bewoners daar ter plaatse zo gegeven, omdat de vroegere huizen ook met veel kalk en tras werden gebouwd. De jongere mensen gaven de straat een andere naam en hielden die in ere. Het plaveisel van de straat werd gemaakt van zand, fijn grind en cement. Dít mengsel van zand en cement, met wat kalk toegevoegd, werd later ook bij de bouw van de nieuwe huizen gebruikt om de muren te metselen. Zo had de straat twee namen: Kalkenstraat en Cementenstraat. Wij willen proberen om de bewoners ter weerszijden van de straat tijdens de bouw van de straat te traceren. Eén riolering in de straat kon dus de woningen aan beide zijden bedienen. Voorzover wij weten was er in die tijd geen riolering langs de noordkant van de woningen van Wijk 6, die toen de uiterste rand van het dorp vormde, voordat de woningen in Wijk 7 in de jaren tussen 1930 en 1940 werden gebouwd. Wellicht is er, eer dat de straat werd aangelegd, een riolering gemaakt. In de Oudestraat was al in mijn jeugd in de straat waar ik woonde (Wijk 6-23), een riolering aangelegd. Toen de Kalkenstraat werd aangelegd was dit een heel spektakel. Of het een werkverschaffingsproject was en er misschien wat centen overgebleven waren van de bouw van de regeringshuizen is mij niet bekend. Maar hij werd gemaakt en het was een hele verbetering. Hendrik Nentjes was in die tijd de opzichter van de gemeente. Gemeentewerken kan ik het niet noemen, want het geheel stelde toen nog niet veel voor. Veel gemeentepersoneel was er toen nog niet in dienst. Geert van Eerde was toen de timmerman in vaste dienst. Verder was daar de gemeentereiniging en die bestond uit Jan Kroeze en Klaas (de baron). Jan zorgde tevens voor het paard dat de kar trok en de zorg voor de gemeentestier was hem ook toevertrouwd. Zo had Jan ook de regie als de stier zijn plicht moest doen om nakomelingen bij de Urker koeien te verwekken. Dit laatste gebeurde altijd binnenshuis in de gemeenteboet. Omdat ik vaak bij Klaas van Urk in de stal vertoefde mocht ik een keer mee om een koe bij de stier te brengen. Toevallig waren er twee koeien die behoeftig waren naar een mannelijk koebeest. Dus de Zeeman (Cees Kroon) en ik voerden elk een koe aan het touw naar de voorstelling. Eerst mocht ik van Jan Kroeze niet naar binnen, want anders zou ik een ‘pinoge’ krijgen van de handeling. Maar Cees bracht naar voren dat de koeien op de wei ook wel eens aan het klimmen waren en dat ik daar wel aan gewend was. Zo bleef ik dus, maar ik vond het springen van de zware stier op de ranke witrug een ruwe vertoning en ik besloot om maar geen boer te worden. Dit waren dus allemaal gemeentelijke handelingen waar Hendrik Nentjes dus ook zijn bemoeiingen mee had. Hendrik Nentjes was een kort stevig mannetje met donkere priemende ogen in zijn hoofd. Vanwege zijn maatschappelijke functie droeg hij een hoed. Later, toen Geert van Eerde een wat ‘opzichterlijke’ functie kreeg, ging hij zijn pet thuislaten en kwam op het werk met een hoed, nadat hij een nieuwe zondagse hoed had aangeschaft. Hendrik Nentjes werd ‘het boasien’ genoemd of ook wel het Kampertje. Dit laatste is nog waar ook, want Hendrik is op Urk geboren, maar heeft in Kampen gewoond. Hendrik was namelijk een zoon van Hendrik Dubbelsz Nentjes, die postschipper was en getrouwd met Jannetje Jacobsd. Snoek. Zijn ouders hebben als Urkers in Kampen gewoond. Een zuster van hem, Marretje Hendriksd. Nentjes is op 26 mei 1892 op 22-jarige leeftijd getrouwd met Pieter Brouwer (Piet van Geertjen). Toen zij op Urk wilden trouwen, moest Marretje eerst uit de boeken in Kampen worden overgeschreven naar de Urker gemeentelijke boeken. Piet was vishandelaar, winkelier en koopman en hij ging in de politiek. De Nentjessen waren een ordentelijke familie in die dagen en zo werd dus de zwager van Piet Brouwer, Hendrik geheten, opzichter bij de gemeente Urk. Hendrik werd verliefd op een meisje dat Marretje de Vries genaamd was. Marretje was thuis bij Willem van Tromp en zijn vrouw. Zij hadden geen kinderen en Marretje kwam bij haar oom en tante thuis.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    Als het kleine huisje, centraal op deze foto, kon spreken, zou het heel wat te vertellen hebben. Lange tijd was het namelijk de Urker brandweerkazerne. Ooit menen wij te hebben gelezen dat het eerste brandweerhuisje op Urk zich naast het Kerkje aan de Zee bevond. Even nazien: dat klopt, maar het was de voorganger van het huidige kerkje dat na 1714 werd gebouwd. Creutz vermeldt het in een rapport dat op 3 mei 1781 werd opgesteld voor de stad Amsterdam, toen eigenaar van het eiland. (C. de Vries, pag. 282). De ‘kazerne’ op deze foto stond op Wijk 1 nr. 58. Rechts van het gebouwtje stond het enige openbare toilet op Urk. Links van het brandweerhuisje bevond zich de woning van Jelle en Lubbetje Hakvoort, Wijk 1 nr. 59. Nu staat op dezelfde plek een nieuw gebouwtje met een aardig voorkomen, een bergruimte voor de familie Post. We gaan naar het gebouw rechts op de foto, de zeilmakerij van de gebroeders Snijder. Een steen in de noordmuur, oud en verweerd, meldt ons: ‘Eerste steen gelegt door T. Snijder, Den 27 Augustus 1852’. Over de Snijders hebben wij al het een en ander verteld. Ooit waren zij scherprechters die hun huiveringwekkend beroep uitoefenden in de goede stad Kampen. De beulszwaarden hangen nog in het voormalige middeleeuwse stadhuis van die stad. Wie, die ooit Hendrik Snijder gekend heeft, niet lopend, maar schrijdend in statige zelfverzekerdheid, zondagsschoolonderwijzer en prominent kerkenraadslid, maar vooral beschaving uitstralend, zou dat ook maar enigszins vermoeden? Hoe kwamen de Snijders op Urk? Vermoedelijk vanwege groeiende morele bezwaren tegen het vak. Cees Snijder uit het Limburgse Berg en Terblijt vond aan het begin van de achttiende eeuw een Hendrikus Snijder als wonderchirurg en mogelijk eigenaar van een zeilmakerij op het eiland Urk. Nader onderzoek deed hem in Kampen belanden, waar hij erachter kwam dat genoemde Hendrikus de zoon was van een Kamper scherprechter. Nu hebben we het nog niet gehad over het pand links op de foto. Dat was ooit de bekende ‘Bazar ’t Hoekje’ van Jantje Hulsman. Zij was getrouwd met Piet Hulsman, die later als arts afstudeerde. Het echtpaar heeft enige tijd in het toenmalige Nederlandsch Oost-Indië gewoond, waar ook dochter Augusta (‘Guus’) werd geboren. Het pand werd later een elektro-winkel en nog weer later kreeg het een horecabestemming (‘De Dichte Duur’). Nu wonen er Harmen Luut en Henny Bakker. Aan de zuidzijde van het huis is een naambord aangebracht: ‘Custos Deus’, dat was het schip van vader Jan Kramer. Tot de volgende keer.

    Het laatste jaar (11)

    Doch verreweg nog beter dan bijna overal bij onze medeburgers, die zich met een klein lichtje of ook wel zonder behelpen moeten. De boot is j.l. Donderdag voor het eerst weer gevaren naar Kampen (naar Enkhuizen al een paar weken niet) en kwam hedenmiddag in de haven, na enige uren in het ijs voor de haven te hebben gezeten, tot een sleepboot te hulp kwam. Van A. hoorden we, dat hier een 50 D(uitsers) zullen komen en daarvoor de westvleugel van de school gevorderd wordt.
    14 Februari. Heden 2e Woensdag in Februari weer Biddag en 5 keer luchtalarm, en door de Waffenbooten in de haven fel geschoten. Gisteravond door de ‘Insula’ (een van de Urker veerboten, red.), daartoe door het Roode Kruis gebruikt, 200 kinderen uit Amsterdam aangebracht en voor twee nachten in veler gezinnen opgenomen.

    Wordt vervolgd

  • 4 april 2002

    Oenze eagen Urker taol

    t Kan verkeren
    Ze eawen nou een oop lef, in toe ie trouwen mós ad ie angeref imd in een beffe mit leuzen. De innen liepen after ’m an, want ze atten daor elke dag van die gekope rees, in in de wienter adden ze gien kaaw. Maar zo gat ’t, as niet komt tot iet… Zeg dat wel. IJ èt er angers z’n gat maar mooi in edreid. Er was mitien wat t’ ùrven, toe z’n skoonvaor kwam te stùrven. In dat zo skielik. In toe was ie boven jan. In ze was ienigste dochter, dat er kwam ok varders gien mins an te rukken. Dat was bij m’n neve Steven wel wat angers. Toe die stùrf kwammen ze as sparkerijers anvliegen. Maar dat angetrouwde nichien ad de beat al nor d’r toe aold. ’t Et er gien weeneieren elegd dat ze ’m wel d’rs een pannetjen soep brocht. Dat worde vanzelf grote arrie. Wie zalig wil stùrven, moet aarlijk ùrven, zegt ’t spreekwoord. Maar ik bin bange dat ’t bij z’n bruur Knieles net zo gat. Je zullen d’r nog van koemen oren. De baotjes zullen d’r nog eut moeten. As ze maar niet vor de fokke lopen. Knieles was ok niet van gisteren. Maar nou je ’t over ùrven eawen, ik dink dat m’n neve Klaos wel gaaw dood zal goon. Vroeger docht ik: Die gat niet vor elven, maar nou èt ie een vlieg’ aand. Kiek ers, wat ik van ’m krieg. Ik stoon ’t maar alf. Nou, nou, dat mag in de kraant.

    angeref imd – anderhalf hemd.
    een beffe mit leuzen – veel ongedierte; de beffe is de halsboord van het rode hemd.
    innen – hennen, kippen.
    rees – rijst.
    er z’n gat indreien – een voordelig plekje weten te krijgen, door een huwelijk bijvoorbeeld.
    skielik – snel, onverwacht.
    boven jan zijn – de (financiële) moeilijkheden te boven zijn.
    sparkerijers – spreeuwen.
    de beat – de buit.
    weeneieren – windeieren.
    de baotjes moeten eut – als ergens om gevochten moet worden; baotje – baattije.
    vor de fokke lopen – stuk lopen, opstropen.
    die gat niet vor elven – die kleedt zich niet uit voor hij naar bed gaat, die erft bij zijn leven niet af.
    een vlieg’ aand – een gulle, vrijgevige hand.
    ik stoon ’t maar alf – ik vertrouw ’t niet goed.

    Het laatste jaar (10)

    18 December. Luut Kamper zal aardappelen uit den polder brengen naar Den Haag. Zijn boot zal gaan via Haarlem en Leidschendam. Een mooie gelegenheid om de grote brieven van Chr(istien) en mij mee te geven, ook een doos met gemalen tarwe. Onze wens is dat Johan met de zijnen deze week naar hier komt, nu ook in Den Haag de hongersnood dreigt. De ‘IJsselstroom’ (de vrachtboot van Luut Kamper, red.) voor donker vertrokken. 19 December. Van Johan en Lies en kinderen brieven voor 14 December. Ze hebben nog voor hoogstens een maand en dan is alles op. Brood, paar sneedjes per dag. Aardappelen bijna op. Geschreven 3 December. Ze betalen al 200 gulden, in Den Haag zelfs f. 250,0 en meer. Boonen en erwten zijn niet te bekomen. Melk nu en dan. Tot 6 uur bleven ze in ’t donker, dan een kaarsje op en 8.30 naar bed. Om 4 uur oude salamander (kachel, red.) aan om eten te koken en dan weer zonder vuur. Heden huiszoeking bij Hulsman en Jan F. Post. Veel in beslag genomen. 23 December. Luut Kamper, j.l. Maandag van hier vertrokken, is zeker al in Den Haag aangekomen. 28 December. In den afgelopen nacht om half drie is Johan met de zijnen bij ons thuis gekomen, na j.l. Maandagmiddag 25 December ’s middags plm. 5 uur van de sluis te Leidschendam weggevaren te zijn. Het vroor toen al flink en op de Kagerplas veel ijs, bovendien op deze terugreis dikke mist. Een aantal menschen meegekomen. Ook bij Johan was maar weinig brandstof en aardappelen. 3 Januari 1945. Met de boot van Kampen zijn hedenavond teruggekomen de predikanten Spijker en Pietersma. 31 Januari. Deze maand met ijs en vaak sneeuw weinig gebeurd om te vermelden. Zelfs dagen zonder luchtalarm. Heden is ’t weer omgeslagen en flink gaan dooien. L. Kamper’s boot door ’t polderkanaal naar Lemmer om slachtvee en melk. Boter is al een paar weken niet te bekomen, evenmin jam, stroop, suiker, zout, lucifers. Per omroeper is bekend gemaakt dat vanavond het elektrisch licht voor het laatst zal branden. Geen kolen, althans niet genoeg om heel Urk van licht te voorzien. Een klein aantal ambtenaren en anderen als dokters, de zusters en vroedvrouw, wethouder de Wit en dan de D(uitsers) in pastorie en hotel Woudenberg, behouden licht, ook wij. Van Piet deze maand nog geen brief gehad, maar in een brief van Joeke Stevens aan Lies schreef ze Piet in Gouda te hebben gesproken. Misschien ligt in Enkhuizen nog een brief van hem, de boot is al dagen lang niet naar Enkhuizen geweest. De politie te Voorburg heeft het raadhuis opgebeld om Johan te zeggen dat zijn school te V. 5 Februari weer aanvangt. Wij eten al enige dagen droog brood, waarop een warm prikje van de stamppot. 10 Februari. Via de Voorburgsche politie is aan Johan gemeld dat zijn school eerst 1 Maart zal aanvangen. Hij en Lies kunnen dus nog vooreerst nog blijven, en we hebben gelukkig nog te eten en brandstof. Ons lichtrantsoen is slechts 4 K.W. In onze woonkamer hebben we thans een lampje van 17 kaars.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    Op onze wandeling over de havenkant zijn we nu op de boothaven aangekomen. Dit havengedeelte werd als open haven aangelegd in 1819, de oudste haven van Urk. De oostelijke havenkom werd in 1834 afgesloten met een dam. In 1878 werd de haven uitgediept tot twee meter onder volzee. De komst van de bootdienst in 1890 maakte de bouw van een aanlegsteiger noodzakelijk. Ook verrees toen naast de werfboet van Roos een eenvoudig kantoorgebouwtje, op Urk bekend als ‘’t boot-ussien’. Het gebouwtje staat er nog steeds en herbergt nu een grillroom met de exotische naam ‘Hawaii’, net niet op de foto te zien. Hier gaan we van start en als we de hoogte oversteken zien we eerst een statig winkelpand oprijzen. ‘Kruidenierswaren en Aanverwante Artikelen’ staat er op het gevelbord te lezen. De weduwe Alb. Brouwer dreef er een winkel. Later kwamen daar pensiongasten bij en nog weer later werd er in de kelder onder het huis de grondslag gelegd voor de limonadefabriek Brouwer. Ooit was de folklorist Cruys Voorbergh hier te gast. Hij at er zijn lievelingstoetjes, griesmeelpudding met abrikozen. Nu serveert restaurant ‘Mes Amis’ er culinaire hoogstandjes. De huizen ernaast zijn inmiddels afgebroken en op die plek staat nu restaurant ‘De Zeebodem’. Het gebouw uiterst rechts op de foto was een van de weinige hotels op het eiland. Eerst zwaaide Hein van Woudenberg er de scepter, daarna nam Klaas Schraal het hotel over, samen met zijn vrouw Dirkje Ras. De naam veranderde: ‘Hotel Café Restaurant De Verwachting’. Zoon Meindert Schraal en zijn vrouw Geertje Korf zetten de zaak voort. Nu is het een Chinees restaurant: ‘Hai-Li’. Op het pleintje voor deze huizen en gebouwen verzamelde zich vroeger het publiek om de aankomst van de boten gade te slaan. Zij stelden zich dan op achter de zogenaamde ‘witte lijn’ om de bootreizigers een ordelijke doortocht te verlenen, al of niet afgedwongen van de toezichthoudende veldwachter. Met de komst van de vaste wegverbinding door de Noordoostpolder begonnen de horecabedrijven hun hotelfunctie te verliezen. De handelsreizigers kwamen per auto naar het voormalige eiland en hoefden niet op Urk te overnachten. Maar nog altijd vormt dit havenbuurtje met zijn gezellige terrasjes en zitbanken een levendig ontmoetingspunt van toeristen en plaatsgenoten, al meren er al lang geen boten meer uit Kampen en Enkhuizen.

  • 28 maart 2002

    Oenze eagen Urker taol

    Allemeneur zegt de Fraansman
    Oenze Bape, je moeten wat minnezieren mit eten, je binnen dikken in vet genoeg. Ja, lot ’t foederezieren an mij over, in as ik vor de petaozie zùrg, dan vergeet ik m’n zelf niet. Ik bin niet zo krimmenîelig as jie. Maar as je zo rei binnen, avvezier je niks, in je verslabbezieren je boeltjen. Wat is je kesse beskandelezierd, in om je biebel zit gien kappetoris maar, dat is toch gien rezon. Ik kan ’t ok niet elpen. De kiengeren verrinnewieren alles. Klaos èt m’n kesse zo verdestewierd toe ik niet in eus was. In toe ik ’m op z’n falie gaf, ging ie ’t zo destelaot an, dat de buren kwammen kieken wat we vor meleur adden. Maar ’t is waor, ik eaw een skaverottig boeltjen. Moet je nou mit zókke petienesen an lopen? Ei je gien knappe meulen maar? Je kunen ze vor een skaviele prees kopen. ’t Is ok skandaolig dat je mit stókkende mouwen lopen. Ik eaw nog wel een leppien vor je, in je skappeleur erbij. Je binnen een stók sacherijn om zo te kondiezen. Wiet je nog maar op m’n an te marken? Ik ouw ervan wt vor m’n kontantemint t’ eawen, dat komt een mins toe. Ik bin niet zo maltintig as jie. In lotten we ’t nou maar es over de kost eawen. Wat eet je vandage?

    – allemeneur – toe dan maar (á la bonheur)
    – minnezieren – minderen (s’ amoindrir)
    – foederezieren – etenswaren inslaan (fourrager)
    – petaozie – eetwaar (potage)
    – krimmenielig – zuinig, gierig (criminel)
    – avvezieren – vooruitkomen in zaken (avancer)
    – verslabbelezieren – beschadigen (scandaliser)
    – kappetoris – kaft (capoter, courverture)
    – gien rezon – dat geeft geen pas (raison)
    – verrinnewieren – vernielen (ruiner)
    – verdestewieren – kapot maken (destruire)
    – ’t destelaot angoon – verschrikkelijk schreeuwen (desolation)
    – meleur – ongeluk (malheur)
    – skaverottig – in slechte staat, beschadigd (scabreux)
    – petienesen – rare schoenen of sloffen (bottines)
    – skaviel – schappelijk (civiel)
    – skappeleur – knippatroon
    – sacherijn – allemansverdriet (chagrin)
    – kondiezen – bevelen, bedingen (conditionner)
    – kontantemint – gebruik, deel (comptant, contenter)
    – maltintig – overdreven voorzichtig (malentendu?)

    Het laatste jaar (9)

    27 November. Eindelijk vanmorgen een brief uit Voorburg, geschreven 15 november, gestempeld 17 november en bij Jojohan en Lies alles wel. In Voorburg waren (tot viaduct) dekens en mannenbovenkleding gevorderd. In Zoetermeer werd voor een mud aardappelen 85 gulden en meer gevraagd. Nog één uur gas per dag. In Zutphen een munitietrein ontploft, de Deventerweg vernield, daarna in de buurt van Da en Henk een voltreffer. Henk en Da ongedeerd.
    29 November. Een brief van Piet. Alles wel, maar ze hebben veel angst uitgestaan bij de bomaanval op het station. Ook de tunnel aan ene zijde erg beschadigd. Duurde met tussenpozen van ’s morgens 7.30 tot n.m. 5 uur. Ook op de Boelenkade en Graaf Florisweg enz. bommen. Veel dooden en gewonden. Gelukkig bij Piet geen verlies, een ruit stuk. Ook daar de bovenkleding vordering (jassen). Een dag later werd bij hen die niet ingeleverd hadden het huis doorzocht en leeggehaald.
    9 December. Vandaag weer, evenals gisteren, drie keer luchtalarm. Telkens massa’s vliegtuigen over Urk. Eén moet een zak met chocolade en snoeperijen en ook thee hebben geworpen. Sint Nicolaas, doch ’t kwam als buit bij de Duitsers terecht.
    7 December. Vanuit Kampen gehoord dat daar en in Overijssel heden voor ’t laatst electrisch licht zal branden. De omroeper maakte bekend dat ons rantsoen in November nog 10 K.W.) is verlaagd tot 7 K.W. Wie meer gebruikt wordt onverbiddelijk afgesneden. De lamp mag hoogstens 40 kaars zijn. Controle.
    10 December. De collecte voor het Roode Kruis heeft in de Gereformeerde kerk heden opgebracht ruim 1700 gulden, totaal bijna 2000 gulden.
    11 December. Buurman Hein Koffeman met de anderen weggevoerd, is wegens afkeuring hedenavond teruggekeerd. De anderen zijn bij Meppen, plm. 1200 mensen, in een school ondergebracht. Geen zwaar graafwerk, eten en ligging (in hooi) goed. De predikanten Spijker en Pietersma voor geestelijke verz. maken het best en dokter Andriesen heeft toezicht als geneesheer.
    14 December. Ik ben heden 82 jaar, maar Piet noch Johan konden komen, geen reisgelegenheid. Ook geen brieven als vorige jaren.
    16 December. Toch nog een brief van Piet van W. en Jenny van 3 december. Chr. Vermeulen roodvonk gehad, verzorgd door Bram, heeft sedert de wegvoering van haar man niets meer van hem vernomen. Jac. V. mag (na) operatie naar zijn woonplaats Heenvliet, op een geleende fiets terug gesukkeld. Jenny schrijft nu dat ook te Rotterdam geen electrisch licht meer brandt en geen trams meer rijden. Per omroeper maakt de commandant bekend dat blijkens de boekhouding van de afslag vrij wat visschers niet gevischt of geen visch aan den afslag gebracht hebben. Wanneer zij zulks nalaten zullen ze direct naar Duitschland gestuurd worden. Deze week is Zwolle zwaar getroffen, vooral de omgeving van de Thorbeckegracht en Zwarte Water. Veel dooden.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    We verlaten de Westhaven en gaan de hoogte op naar het oude raadhuis en de Bethelkerk. Bovenaan die hoogte (rechts) stond het huis van Jannetje Snijder, onder ons bekend als ‘de kleine’. Een gedeelte van haar woning zien we uiterst rechts op de foto. Op diezelfde plek staat nu een nog niet betrokken nieuwbouwwoning. In het grote huis daarnaast woonde vroeger Klaas Kramer, de vader van de latere gemeente-ontvanger Willem Kramer, die er ook lange tijd heeft gewoond. Nu wonen er Hendrik Pasterkamp en Riek (van Klaas Jelle) Koffeman, Wijk 1 nr. 53. In het pand Wijk 1 nr. 54 (met de witte gevel) woonde Hendrik Pasterkamp, die werkzaam was bij de posterijen. Later werd de woning betrokken door Maarten Post en Alie (van Riekeltje) Post-Visser. Op Wijk 1 nr. 55 woont nu Willem de Jong. Jacob Wakker en Ilse Wakker-Schrijver wonen op Wijk 1 nr. 56. Ooit woonden hier Lucas (‘Juun’) Schrijver en Hiske Bakker. Juun was een van de grondleggers van de Urker visexport en als zodanig verdient hij een plaats in de eregalerij der pioniers op dat gebied. Hij was een gewaardeerd lid van de Chr. Reciteervereniging ‘Dindua’ en in die kwaliteit was hij een bekwaam dus gevreesd debater. Op Wijk 1 nr. 57 vinden we nu nog de historische zeilmakerij van de familie Snijder. Een gevelsteentje geeft nog het jaartal aan waarin dit gebouw werd neergezet. Klaas Snijder is de laatste van dit roemruchte geslacht die het aloude ambacht nog beoefende. Een andere Snijder, Willem van Tuus, bewoonde het grote pand links op de foto. Hij dreef er een winkel en had er zijn boerenbedoening. Als we ons goed herinneren bevond de hooizolder zich aan de oostzijde van het pand. Een foto van Willem is terug te vinden op pagina 139 van het boekje ‘Veranderd Land’. Hij deelt de pagina met Willem van Pieter Nentjes, zo mogelijk met een nog markanter kop. Die boeren van toen, een eigenzinnig slag volk, taai en onverzettelijk. Het huis werd na de Tweede Wereldoorlog afgebroken, de bomen waren toen al gerooid. Dezer dagen vonden wij in ons archief een kaart uit 1891 van ir. A. Keurenaer van Rijkswaterstaat. Daarop is de oude school nog te zien op de plek waar nu Museum ‘Het Oude Raadhuis’ gevestigd is, dus aan de overkant van de huizen op deze foto. De berg tussen de vuurtoren en het Kerkje aan de Zee werd toen nog het ‘Hooge Klif’ genoemd. Eens heeft een grote weide zich uitgestrekt van de vuurtoren tot de Bethelkerk. In twintig jaar tijd (1870 – 1890) verrezen hier vier rijen huizen, de eerste Urker nieuwbouwwijk die wij nu kennen als Wijk 3.

  • 21 maart 2002

    Oenze eagen Urker taol

    Onger de kost
    Mimme, ik eaw zo’n peende in m’n narm.
    Da’s de gruui. Ei je alle booskippen?
    Och eden, nou ei je d’ eek vegeten. As je gat los zat, vergat je dat nog. Nou, we kunen eten. Moet je zo an vallen? Dat eawen we je niet elaard.
    Mimme, ik lust dat gulle vet niet, in nou eaw ik ok zo’n peende op de vreve van m’n bien.
    Dat komt van de klomp. Ik zal je aans wel er’s wreven mit een bietjen zuut’ eulie, dat wil wel dr’s elpen, maar eet nou eerst je bord leeg, je zitten maar te tiezen in te kieskealen.
    Ik lust niet maar, oor.
    Lot Jan je bord dan maar leeg eten. Die èt z’n perlot al wel ad, maar die is niet te verzaodigen; of ie gien beum in z’n mage èt. Je kregen nog een buk as ’n kemiel. Je moeten maar wat minnezieren mit eten. Ei je wel d’rs oord van die man die ’m dood egeten èt?
    Nou, dat zal wel een fabeltjen wezen, as je niet eten, goon je aarder.
    Er leggen er angers maar van te vuul eten op ’t karkhof, as van te weanig eten, wiet je dat wel? In wie alles op it, zal nooiten wat worren in de warreld. Wiet je wel, dat er een skip mit zeal in treal duur een naaw keelgaotjen kan?
    Dat zou ik wel d’rs willen zien.
    Nou, daor oef je zo vaar niet vor te lopen.

    – peende in m’n narm – pijn in m’n arm.
    – da’s de gruui – dat is de groei.
    – eek – azijn.
    – zo anvallen – beginnen met eten zonder gebeden te hebben.
    – ’t gulle vet – klinkklaar niet aangelengd vet.
    – de vreve van m’n bien – de bovenkant van m’n voet.
    – zuute eulie – slaolie.
    – tiezen, kieskealen – met lange tanden eten.
    – perlot – deel.
    – beum – bodem.
    – minnezieren – minderen.
    – aarder – eerder.
    – een skip mit zeal en treal – een volledig getuigd schip.
    – ’t kan duur een naaw kealgaotjen – d.w.z.: door veel en lekker eten kan men het bedrijf ruïneren.

    Het laatste jaar (8)

    17 November. Etje meldde (telef.) dat haar man en Christiaan niet meer in de gevangenis te Leeuwarden zijn, maar overgebracht naar een dorp bij Assen (Daarloo) om daar te werken. Ze zijn daar thuis bij een Gereformeerde boer.
    18 November. Een groot aantal Duitse militairen kwam hier heden aan, waarna per omroeper bekend gemaakt werd dat alle mannen boven de zeventien jaar op de Berg tusschen school en kerkhof zich moesten melden en voorzien zijn van hun persoonsbewijs. ’t Was al vrij donker toen de menigte zich in twee groepen moest verdeelen, mannen boven de veertig jaar en daar beneden. De laatsten zag ik de schoolgang in gaan. Gisteren is een grote razzia in den polder gehouden onder de daar werkzame arbeiders en eenige honderden gevangenen, ook Urkers als Jan Vonk, Willem van buurman Jan R. Pasterkamp, Lub, Ale’s vrijer.
    19 November. Van velen die een schuilplaats in het riet gezocht hadden en er een kouden, natten, angstigen nacht doorgebracht hadden, kwamen vanmorgen Hessel D. van Urk en Gerrit F. Barends over den Dijk naar Urk. Gisteravond laat moesten velen hier inkwartiering dulden nadat die soldaten in vele huizen in Urk-oost huiszoeking hadden gedaan. Om ongeveer half elf ging gisteravond de bel van den omroeper Willem Post door de gemeente, meldend dat de huisgenoten van hen, die om tien uur nog niet uit de school teruggekeerd waren, aan de hunnen boterhammen, een deken en een overjas konden bezorgen. Hedenmorgen zijn die menschen, ik hoorde van A. 98 personen, weggevoerd, o.a. de predikanten Spijker en Pietersma, de onderw. Laferte en Lub M. Kramer, de groenteh. Jelle L. Kramer en buurman Hein Koffeman, Jan L. van Dalfsen enz. Buurman Abraham A. Ras, Jac. L. Loosman en anderen op de verklaring van de geneesheeren weer vrijgelaten.
    22 November. Al die menschen zijn, na eerst bij Vollenhove verbleven te zijn, thans naar Meppel vertrokken. Ds. Doorenbos is nog te V(ollenhove) bij zijn zoon geweest. In Kampen moeten duizenden gebracht zijn en zeer vele zieken in hotels, gehoorzaal enz. zijn. Heden vier keer luchtalarm, even zonneschijn.
    26 November. Bij den aanvang van de dienst in de kerk zei me dokter Vonk, dat dokter Andriessen (die naar Meppel was gegaan, men zegt om ds. Spijker een pakje te brangen) daar insgelijks is vastgehouden. Voor het eind der godsdienstoefening luchtalarm, dus met allen in de kerk moeten blijven tot men buiten mocht. W. Metz, die leeskerk gehouden had, liet enkele psalmverzen zingen en toen het orgel de wijs van ‘Een vaste Burcht’ begon, werd al gauw het eerste en tweede vers meegezongen. Daarna ‘Als g’ in nood gezeten.’ Voor het tweede vers nog werd luchtalarm afgeblazen.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    We zouden, zoals beloofd, terugkeren naar de Westhavenbuurt en onze wandeling voert ons naar de achterzijde van de gebouwen die we in de vorige aflevering beschreven. Hoed af, beste lezers, want we zijn aangekomen op een wel zeer bijzondere plek, het gebouw van de vereniging ‘Hulp en Steun’ midden op de foto. Die vereniging is misschien wel de oudste vereniging die ooit op Urk heeft bestaan. Al aan het eind van de achttiende eeuw wordt gewag gemaakt van een ijsvlet met bemanning, die wordt vermist. Het Heilig Avondmaal werd onder die omstandigheden uitgesteld. En daarmee zijn we meteen bij de bestemming van het gebouw: loods van de ijsvletten, boetzaal en vergaderlokaal. Toen deze foto werd gemaakt was de ijsvlet reeds verleden tijd. Met de ontsluiting van Urk (1947 – 1948) werd de ijsvlet overbodig, evenals de bootverbinding met Kampen. De laatste vlet ging naar het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen en de boten van de Eerste Urker Stoomboot Mij. werden de een na de ander opgelegd en vervolgens verkocht. Die ijsvlet bracht in strenge winters, als de lijnboten wegens ijsgang niet konden varen, de post naar het eiland Schokland, waar ze werd overgenomen door de Kamper ijsvlet. Die laatste vlet had de post voor Urk aan boord en op Schok werd van vracht gewisseld. Ook ernstig zieken werden wel met de vlet vervoerd. Dat lijkt erg simpel, maar dat was het in de meeste gevallen helemaal niet. Het is gebeurd dat een vlet die op donderdagmorgen vertrok eerst op de late zaterdagavond terugkeerde. Er moest toen gefakkeld worden om de dodelijk vermoeide bemanning naar Urk te loodsen.
    De tijd van de ijsvlet ligt ver achter ons. Op de plek van het gebouw ‘Hulp en Steun’ staat nu een van de bedrijfsgebouwen van Piet Brouwer. Piet, de vervaardiger van ‘onze’ ijsvlet aan de dorpsingang, liet een sculptuur van zijn hand inmetselen in de zuidmuur van het gebouw.
    Bijna alle panden op deze foto zijn verdwenen. De achterkant van de oude visafslag, links op de voorgrond, was enige tijd als woonhuis in gebruik en nog weer later als kantoor van de Coöperatie. Alleen de woning van Hendrik en Ede Gerssen, onder aan de hoogte, staat er nog. Ale Keuter-Snoek, dochter van Gerrit Snoek, woonde er het laatst.

  • 31 januari 2002

    Oenze eagen Urker taol

    Vergelikkingen
    Zwîeten as een otter.
    Zeupen as een kaoter.
    Lopen as een kieft (kievit).
    Zwimmen as een eandepiel (eendekuiken).
    Vechten as armeluien (hermelijnen).
    Skreawen as een mager varken.
    Bloen as een reager (bloeden als een reiger).
    Eten as een dikkert.
    Eten as een ouwe soldaot.
    Vloeken as een ketelboeier (ketelboender).
    Warken as een knuut (hard werken).
    Janken as de pest.
    Stelen as de raven.

    Je maken je zo smerigs een dier.
    IJ zit er bij as een vink die niet kwinkt.
    Ze lopt as een inne (kip) die z’n ei niet kweet kan.
    Ze zicht er eut as een verzuupen kaoter.
    Ze lopt ermie te togen as een rotte (rat) mit z’n jongen.
    ’t Zit zo vast as een oend (hond) in z’n ouwe moer.
    ’t Lot ’m zo koud as een oendesnuut.
    IJ vligt vor m’n as een oendjen.
    IJ kîek m’n an as een groot ’oend.
    IJ lopt zo arde as een leus op een terig outjen (een geteerd houtje).
    Ik eaw een dorst as een paard.
    Je eawen een baord as een bok.
    IJ gaf zuchten as paardeskieten.
    IJ lopt net of ie de pappegaoi de kop of eskeuten et.
    Ze et de terige as een paard.
    Ze gingen je rossen as ouwe paarden.
    IJ is zo dom as ’t aftereande (achtereind) van een koe.

    Uit: Leven en taal van het eiland Urk

    TdV

    Brief uit Gouda

    Jan en de baron (4.)
    De meerdere taken van Jan
    In de dertiger jaren was er al wel riolering op Urk, ook hadden we waterleiding. Het water kon getapt worden uit standpompen die op verschillende plaatsen in het dorp stonden. Er waren echter maar weinig toiletten op deze riolering aangesloten. Water om te drinken werd uit de regenwaterbakken gehaald. Het leidingwater smaakte niet lekker. Ook voor de fijne was was dit leidingwater niet geschikt, het kostte te veel zeep om het water zachter te maken. Voor het spoelen van de zware baasien kleding werd het wel gebruikt en natuurlijk voor het vrijdagse straat-schrobgeweld.
    Vrijdags werden er geen praatjes gemaakt, dan was het de wekelijkse grote boen- en schrobdag. Zo was de maandag de grote wasdag.
    Een droge zomer was een ramp. De kerkenbakken werden dan geopend en voor twee centen kon je dan een ‘gank’ (twee emmers) water kopen. Je moest ze zelf putten met een akertje. Het gebeurde wel dat de gemoederen zo heet gebakerd waren, dat sommige schedels op hardheid werden beproefd door er met een emmer op te slaan en voor de afkoeling zorgde dan weer een akertje met water dat over de ruziemakers werd gegooid. Boezels werden afgerukt en hullen sneuvelden ook wel. Ondanks het feit dat het hemelwater via het dak van de gereformeerde of hervormde kerk in de bak was gevloeid, was dit geen verzekering dat de waterbevoorrading in pais en vree geschiedde. Als de kerkenbakken ook leeg raakten, werd er water met de postboot aangevoerd. De ballasttanks werden dan vol water geschept, zo uit de IJssel even buiten Kampen. Ook van hieruit werd het water per ‘gank’ verkocht. De bemanning zorgde voor de goede orde. Een spreekwoord, dat door oudere mensen op Urk nog wel eens wordt gebruikt, stamt uit die tijd. Het was een droge tijd, de kerkenbakken waren leeg en van de verschillende regenwaterbakken waren de laatste beetjes ook opgebruikt. Een lid van de Hervormde kerk had niets meer in voorraad in de bak, maar hij wilde toch graag een lekker ‘bekkien’ zetten. ,,Ik weet wat ik ga doen”, zei hij, ,,ik ga naar de Hervormde pastorie en vraag daar om een emmertje water.” Zo gezegd, zo gedaan. Hij op weg naar de pastorie. Deze werd bewoond door dominee Lingbeek. Bij de pastorie aangekomen trok onze vriend opgewekt aan de bel, gedachtig aan het lekkere water uit de pastoriebak. De eerwaarde deed zelf open. ,,Goeienavond dominee, mijn regenwaterbak is leeg en ook de kerkenbak is leeg, zou ik misschien dit kleine emmertje met drinkwater uit uw bak kunnen krijgen?” ,,Het spijt me beste man”, antwoordde de dominee, ,,dit doen wij niet!” De waterhaler gloeide van verontwaardiging en zei: “dan hoop ik dat al het water in uw bak petroleum wordt.” Kalm reageerde de eerwaarde: ,,daar heb jij je emmertje water niet mee.”
    Uit hetgeen wij hiervoor aangaven blijkt, dat het leven op Urk toen niet van een leien dakje ging. Om ziektes te voorkomen, moest soms de omroeper met een boodschap van de dokter door het dorp.
    Deze boodschap kwam dan bij de dorpeling zo over: ,,Op de fiets van de dokter moet het regenwater eerst gekookt worden voordat het wordt gedronken.” Die fiets van de dokter was natuurlijk “advies van de dokter”. Ondanks deze voorzorgen bleven de besmettelijke ziektes niet uit.

    Wordt vervolgd, JtN

    Bij een oude foto

    Echt steile hoogten hadden op het eiland een naam. De afhellende hoogten naar de haven heetten de Spekhoogte (bij de Bethelkerk), de hoogte van Gerrit Snoek (de middelste, genoemd naar de directeur van de E.U.S.M. die daar woonde) en de Staverse hoogte bij de Wilhelminaschool, die zijn naam dankt aan de Staverse jollen die daar in het verleden meerden. Aan de noordwestzijde van het eiland had je de Slikhoogte, die pas laat in de twintigste eeuw werd bestraat, vandaar die naam. Ook minder steile hoogten kregen soms een naam, denk bijvoorbeeld aan de hoogte van Nanning, genoemd naar de bekende groentenman Nanning Brouwer. Had de hoogte op deze foto ook een naam? Het is ons niet bekend. In 1920 moet deze foto genomen zijn. Boven de hoogte, links, woonde Jelle Hakvoort, de slager. Aan de noordzijde van de woning had hij zijn slagerij. In het midden zien we het visserslogement ‘Zeemans Welvaren’. Van 1910 tot 1931 zwaaide Jacob Nentjes hier de scepter. Daarna kwam er een Duits echtpaar in het café. Dat waren August en Ida Göwert. In 1944 werd de Rijksduitser August opgeroepen om bij de luchtwacht in IJmuiden te dienen. Na de oorlog keerde het echtpaar naar de Heimat terug. Geruime tijd dreef K.J. Coenen in het voormalige café zijn schildersbedrijf. Dat huisje rechts op de foto was bij de vissers van Stavoren, Volendam en Vollenhove (Markers en Huizers worden niet genoemd) welbekend. De vrouw des huizes, een weduwe zonder inkomsten, verkocht er een borreltje om zodoende van enige inkomsten verzekerd te zijn. Wat ouderen op deze foto zullen missen is de paardenhoefslag (‘travalje’) van Klaas de smid. Die stond onderaan de afhelling westelijk van het café. Dat duit er op dat die hoefslag pas na 1920 is geplaatst. Wie de beide foto’s met elkaar vergelijkt zal tot de conclusie komen dat er nog veel van dit karakteristieke buurtje bewaard is gebleven. We keren terug naar het begin en we fantaseren even over het ontstaan van deze hoogte, misschien in oude tijden. Immers, er waren toch al drie toegangen tot de haven? We doen een gooi. Toen Urk in de 19e eeuw een haven kreeg, deed zich een probleem voor: hoe die te bereiken, bijvoorbeeld met een kar of wagen. De bestaande hoogten waren daarvoor te steil. Het is mogelijk dat toen deze hoogte is ontstaan. Nogmaals, het is maar een veronderstelling.