Tag: Hongersnood

  • 18 april 2002

    Brief uit Gouda

    De Kalkenstraat (2)
    Een zuster van Marretje, Hiltjen, was ook bij een oom en tante, Hiltjen van Tromp, in huis. De oom was Frans geheten. Zij woonden in een groot huis in Wijk 6 tegenover het kleine winkeltje van Hessel Romkes. De ouders van Marretje en Hiltje woonden in Den Helder en de twee dochters werden op Urk opgevoed. Albert van Lukesien Brouwer werd verliefd op Hiltjen en ze trouwden ook. Hun eerste zoon werd Lukas genoemd en na een dochter kwam weer een zoon en deze werd vernoemd naar de man van tante Hiltjen, hij kreeg de naam Frans. Hiltjen de Vries was blijkbaar een erg doortastende vrouw, want in mijn jongenstijd werd zij Hiltjen van Lukesien genoemd. Haar man Albert Brouwer werd geen bakker, zoals zijn broers Jurie en Riekelt, maar had op de plaats waar nu de Wabu is een winkel in galanterieën en speelgoed. Op Tweede Pinksterdag hadden ze altijd op lange tafels voor de winkel een hele opstelling van ballonnen, molentjes enz. staan. Het pinkstergeld van de kinderen werd dan hieraan besteed. Broer Riekelt is wel eens met vader Lukas op visvangst geweest, maar zette dit niet door, hij werd later ook bakker. Vader Lukas was niet alleen visserman, maar liet in zijn huis, niet ver van het huis van Jan van Pieter Keuter, ook een oven bouwen en bakte brood en koek. Jurie bekwaamde zich daar in de edele bakkunst en Riekelt ging naar de wal emigreren en bekwaamde zich daar ook als bakker. Toen Wijk 7 nieuw werd gebouwd werd daar door Riekelt Brouwer een bakkerij, winkel en woonhuis gebouwd. Op het gebied van de banketbakkerskunst was Riekelt een vernieuwer. Zijn beroemde schuitjes, banket, koekjes en banketstaven waren van een uitzonderlijke kwaliteit. Geert Oost was altijd een goede klant van hem. Zoals reeds is aangegeven nam Jurie het bedrijf van zijn vader over tegenover de winkel van Jan van Pieter Keuter. Later verhuisde Jurie naar een pand tegenover zijn oude zaak. In die oude zaak vestigde zich toen Dubbele de Boer met zijn schoenhandel en schoenmakerij. Met Jurie ging het goed en hij sloeg zijn oog op het bedrijf van de familie Hoekstra tegenover het kerkplein. Hier werd een zeer modern bedrijfspand van gemaakt om de bakkerskunst tot grotere hoogte te stuwen. De winkel was één van de modernste voor die tijd met veel glas, gevat in zilveren buizen en dragers. Leendert Hakvoort was daar zijn meesterknecht. Zelf heb ik nog als kransjesbakker en duvelstoejager in de bakkerij van Jurie gewerkt toen ik zogenaamd nog in dienst was van Frits Bode in verband met de nieuwbouw van Bode’s bakkerij, toen de kransjesroes nog in volle hevigheid woedde. Lukas Brouwer, de oudste zoon van Hiltjen en Albert was toen bij zijn oom Jurie in dienst. ’s Morgens bakken en ’s middags samen met Jacob Roos en Gerrit Brands het baksel per broodkar aan de man of vrouw te brengen. Voorwaar, het was een gezellige tijd. Jurie probeerde ook zijn bakkersprestaties naar een hoger plan te brengen. Zijn brood stuurde hij wel eens op naar een tentoonstelling en menige prijs sleepte hij in de wacht. Zijn specialiteit waren de roombolletjes. Het recept voor de room had Jurie als een alchimist uitgedokterd. Zijn tweede vrouw Grietje kookte het en ik mocht het uit de keuken halen om op de broodjes te smeren. Het voorlaatste bedrijf was dan tegenover de schoenmakerij van Evert de Boer gevestigd, toen Jurie verhuisde naar het onderkomen van de Hoekstra’s, ging Louwe van Okke hier een groentenwinkel uitbaten. De man van Hiltjen stierf op jonge leeftijd en Hiltjen stond er toen alleen voor. Als de weduwe A. Brouwer ging zij verder door het leven. Die naam leefde voort als ‘WABU’ in het bedrijf dat door de zoons werd voortgezet. Hiltje stichtte een hotelletje en gaf onderdak aan reizigers en vertegenwoordigers. In de kelder werd een limonadefabriekje gesticht. Frans bekwaamde zich door studie als een echte Brouwer in het maken van limonadegazeuse. Door de kinderen van Albert en Riekelt werd voortgebouwd op het werk van hun ouders, maar het bedrijf van Jurie Brouwer is teloor gegaan. Ja, zo kom je op andere wegen en personen als je de Kalkenstraat wil beschrijven en de mensen die daar woonden.

    Wordt vervolgd, JtN

    Bij een oude foto

    Lange tijd, in ieder geval sinds 1890, was deze straat één van de twee invalswegen, je zou ook kunnen zeggen uitvalswegen van Urk. De hoogte naast de uitspanning van Frans en Dinie Brouwer (‘Wabu’) gaf namelijk toegang naar de boothaven, waar de boten van en naar Kampen en Enkhuizen afmeerden. Je kon dat (en kunt nog steeds) dat gedeelte van de Westhaven slechts op twee manieren bereiken. Via deze hoogte of via de hoogte nabij de havenmeesterswoning. De ‘Ostera’, die enige tijd de dienst op Amsterdam onderhield, meerde op een andere plaats, als we ons nog goed herinneren was dat de Dormakade. Niet vreemd dus dat we op het uithangbord links een wervende tekst zien voor souvenirs en ansichtkaarten. In het pand rechts op de foto woonde Willem Kroeze met zijn vrouw Willempje. Willem was een broer van Jan Kroeze, op Urk wel bekend. Nu wordt het inmiddels vernieuwde pand, Wijk 1-63, aan de zuidzijde bewoond door Greta Oost en aan de noordzijde door Fedde Veenstra. In het pand daarnaast woonden, toen deze foto werd gemaakt, Jacob Nentjes en zijn vrouw Nanne van Inte. Zij waren de ouders van onder andere Dubbele en Willem Nentjes. Dubbele was vishandelaar en Willem was ijsverkoper. Zijn ijstent (hij had trouwens ook een ijskar op luchtbanden) staat hier voor de ouderlijke woning op Wijk 1-64. In onze jeugd kostten de ijsjes respectievelijk vijf en tien cent. Over de activiteiten van de familie Brouwer schreven wij eerder. In de kelder onder de door hen gerunde uitspanning werd de basis gelegd voor het Urker limonadewezen. Later verhuisde het expanderende bedrijf, eerst naar het Urker Industrieterrein, nog weer later naar Kampen. Een experiment met het vervaardigen van wijn mislukte. Het vat met rode bessen, waaruit de grand cru had moeten ontstaan, ontplofte voortijdig. Dat was in de oorlogsjaren en het verhaal is van broer Iede uit Terneuzen. Naast de familie Brouwer woonden Klaas van Veen en Marretje Hoefnagel met hun gezin op Wijk 1-66. Egbert Korf dreef op nummer 67 zijn zuivelhandel en kruideniersbedrijf. Egbert was ooit Indië-ganger en vermaard lid van de vereniging ‘Dindua’, een vrolijk en veelzijdig man. De ijstent verdween en het pand daarachter herbergt nu de boutige ‘Unique’, gerund door Jeanette van Middendorp, in lederwaren. Frans Brouwer, de uitbater van de ‘Wabu’, was een uitstekende voordrager. Tijdens het declameren van een gedicht gewijd aan de bijbelse koning Saul en dat eindigde met de woorden ,,Mijn speer!” maakte hij zo’n suggestief gebaar, dat toehoorders achterom keken waar dat wapen, trillend in het achterschot van een oud Overijssels kerkje, terecht was gekomen. Tot de volgende keer!

    Het laatste jaar (12)

    Ze zullen aanstaande donderdagmorgen naar Kampen worden gebracht. De kapitein Jan Hakvoort vertelde dat in Amsterdam goed gekleede vrouwen hem om een droge boterham smeekten. De honger en de sterfte moet er groot zijn. 16 Februari. Gistermorgen was Johan met Hessel Keuter, Heetebrij, Iede G. Snoek om 11 uur reeds te Blokzijl, doch Iede Snoek is gauw per fiets naar Kampen vertrokken om de boot naar Urk te halen. Volgens hem was te Blokzijl en omtrek alleen met ruilwaren iets te bekomen. Onderweg zag Iede o.a. bij Genemuiden het land overal diep onder water en van de stuk geslagen boerderijen, schuren enz. spoelde het hout tegen den dijk waarover hij reed. Iede was kort tevoren in Amsterdam geweest en vond de toestand vreeselijk. Talrijke sterfgevallen, kinderen in massagraven in papier, de leege doodkisten terug om anderen in te leggen, grootere lijken in kartonnen hulsel, vaak per handwagen naar het kerkhof. Het broodrantsoen per week is 500 gram, 1 kilo aardappelen. Een heer kocht van hem, toen die toevallig een paar broodbonnen A bij hem zag, die twee voor 50 gulden.

    Wordt vervolgd.

  • 4 april 2002

    Oenze eagen Urker taol

    t Kan verkeren
    Ze eawen nou een oop lef, in toe ie trouwen mós ad ie angeref imd in een beffe mit leuzen. De innen liepen after ’m an, want ze atten daor elke dag van die gekope rees, in in de wienter adden ze gien kaaw. Maar zo gat ’t, as niet komt tot iet… Zeg dat wel. IJ èt er angers z’n gat maar mooi in edreid. Er was mitien wat t’ ùrven, toe z’n skoonvaor kwam te stùrven. In dat zo skielik. In toe was ie boven jan. In ze was ienigste dochter, dat er kwam ok varders gien mins an te rukken. Dat was bij m’n neve Steven wel wat angers. Toe die stùrf kwammen ze as sparkerijers anvliegen. Maar dat angetrouwde nichien ad de beat al nor d’r toe aold. ’t Et er gien weeneieren elegd dat ze ’m wel d’rs een pannetjen soep brocht. Dat worde vanzelf grote arrie. Wie zalig wil stùrven, moet aarlijk ùrven, zegt ’t spreekwoord. Maar ik bin bange dat ’t bij z’n bruur Knieles net zo gat. Je zullen d’r nog van koemen oren. De baotjes zullen d’r nog eut moeten. As ze maar niet vor de fokke lopen. Knieles was ok niet van gisteren. Maar nou je ’t over ùrven eawen, ik dink dat m’n neve Klaos wel gaaw dood zal goon. Vroeger docht ik: Die gat niet vor elven, maar nou èt ie een vlieg’ aand. Kiek ers, wat ik van ’m krieg. Ik stoon ’t maar alf. Nou, nou, dat mag in de kraant.

    angeref imd – anderhalf hemd.
    een beffe mit leuzen – veel ongedierte; de beffe is de halsboord van het rode hemd.
    innen – hennen, kippen.
    rees – rijst.
    er z’n gat indreien – een voordelig plekje weten te krijgen, door een huwelijk bijvoorbeeld.
    skielik – snel, onverwacht.
    boven jan zijn – de (financiële) moeilijkheden te boven zijn.
    sparkerijers – spreeuwen.
    de beat – de buit.
    weeneieren – windeieren.
    de baotjes moeten eut – als ergens om gevochten moet worden; baotje – baattije.
    vor de fokke lopen – stuk lopen, opstropen.
    die gat niet vor elven – die kleedt zich niet uit voor hij naar bed gaat, die erft bij zijn leven niet af.
    een vlieg’ aand – een gulle, vrijgevige hand.
    ik stoon ’t maar alf – ik vertrouw ’t niet goed.

    Het laatste jaar (10)

    18 December. Luut Kamper zal aardappelen uit den polder brengen naar Den Haag. Zijn boot zal gaan via Haarlem en Leidschendam. Een mooie gelegenheid om de grote brieven van Chr(istien) en mij mee te geven, ook een doos met gemalen tarwe. Onze wens is dat Johan met de zijnen deze week naar hier komt, nu ook in Den Haag de hongersnood dreigt. De ‘IJsselstroom’ (de vrachtboot van Luut Kamper, red.) voor donker vertrokken. 19 December. Van Johan en Lies en kinderen brieven voor 14 December. Ze hebben nog voor hoogstens een maand en dan is alles op. Brood, paar sneedjes per dag. Aardappelen bijna op. Geschreven 3 December. Ze betalen al 200 gulden, in Den Haag zelfs f. 250,0 en meer. Boonen en erwten zijn niet te bekomen. Melk nu en dan. Tot 6 uur bleven ze in ’t donker, dan een kaarsje op en 8.30 naar bed. Om 4 uur oude salamander (kachel, red.) aan om eten te koken en dan weer zonder vuur. Heden huiszoeking bij Hulsman en Jan F. Post. Veel in beslag genomen. 23 December. Luut Kamper, j.l. Maandag van hier vertrokken, is zeker al in Den Haag aangekomen. 28 December. In den afgelopen nacht om half drie is Johan met de zijnen bij ons thuis gekomen, na j.l. Maandagmiddag 25 December ’s middags plm. 5 uur van de sluis te Leidschendam weggevaren te zijn. Het vroor toen al flink en op de Kagerplas veel ijs, bovendien op deze terugreis dikke mist. Een aantal menschen meegekomen. Ook bij Johan was maar weinig brandstof en aardappelen. 3 Januari 1945. Met de boot van Kampen zijn hedenavond teruggekomen de predikanten Spijker en Pietersma. 31 Januari. Deze maand met ijs en vaak sneeuw weinig gebeurd om te vermelden. Zelfs dagen zonder luchtalarm. Heden is ’t weer omgeslagen en flink gaan dooien. L. Kamper’s boot door ’t polderkanaal naar Lemmer om slachtvee en melk. Boter is al een paar weken niet te bekomen, evenmin jam, stroop, suiker, zout, lucifers. Per omroeper is bekend gemaakt dat vanavond het elektrisch licht voor het laatst zal branden. Geen kolen, althans niet genoeg om heel Urk van licht te voorzien. Een klein aantal ambtenaren en anderen als dokters, de zusters en vroedvrouw, wethouder de Wit en dan de D(uitsers) in pastorie en hotel Woudenberg, behouden licht, ook wij. Van Piet deze maand nog geen brief gehad, maar in een brief van Joeke Stevens aan Lies schreef ze Piet in Gouda te hebben gesproken. Misschien ligt in Enkhuizen nog een brief van hem, de boot is al dagen lang niet naar Enkhuizen geweest. De politie te Voorburg heeft het raadhuis opgebeld om Johan te zeggen dat zijn school te V. 5 Februari weer aanvangt. Wij eten al enige dagen droog brood, waarop een warm prikje van de stamppot. 10 Februari. Via de Voorburgsche politie is aan Johan gemeld dat zijn school eerst 1 Maart zal aanvangen. Hij en Lies kunnen dus nog vooreerst nog blijven, en we hebben gelukkig nog te eten en brandstof. Ons lichtrantsoen is slechts 4 K.W. In onze woonkamer hebben we thans een lampje van 17 kaars.

    Wordt vervolgd

    Bij een oude foto

    Op onze wandeling over de havenkant zijn we nu op de boothaven aangekomen. Dit havengedeelte werd als open haven aangelegd in 1819, de oudste haven van Urk. De oostelijke havenkom werd in 1834 afgesloten met een dam. In 1878 werd de haven uitgediept tot twee meter onder volzee. De komst van de bootdienst in 1890 maakte de bouw van een aanlegsteiger noodzakelijk. Ook verrees toen naast de werfboet van Roos een eenvoudig kantoorgebouwtje, op Urk bekend als ‘’t boot-ussien’. Het gebouwtje staat er nog steeds en herbergt nu een grillroom met de exotische naam ‘Hawaii’, net niet op de foto te zien. Hier gaan we van start en als we de hoogte oversteken zien we eerst een statig winkelpand oprijzen. ‘Kruidenierswaren en Aanverwante Artikelen’ staat er op het gevelbord te lezen. De weduwe Alb. Brouwer dreef er een winkel. Later kwamen daar pensiongasten bij en nog weer later werd er in de kelder onder het huis de grondslag gelegd voor de limonadefabriek Brouwer. Ooit was de folklorist Cruys Voorbergh hier te gast. Hij at er zijn lievelingstoetjes, griesmeelpudding met abrikozen. Nu serveert restaurant ‘Mes Amis’ er culinaire hoogstandjes. De huizen ernaast zijn inmiddels afgebroken en op die plek staat nu restaurant ‘De Zeebodem’. Het gebouw uiterst rechts op de foto was een van de weinige hotels op het eiland. Eerst zwaaide Hein van Woudenberg er de scepter, daarna nam Klaas Schraal het hotel over, samen met zijn vrouw Dirkje Ras. De naam veranderde: ‘Hotel Café Restaurant De Verwachting’. Zoon Meindert Schraal en zijn vrouw Geertje Korf zetten de zaak voort. Nu is het een Chinees restaurant: ‘Hai-Li’. Op het pleintje voor deze huizen en gebouwen verzamelde zich vroeger het publiek om de aankomst van de boten gade te slaan. Zij stelden zich dan op achter de zogenaamde ‘witte lijn’ om de bootreizigers een ordelijke doortocht te verlenen, al of niet afgedwongen van de toezichthoudende veldwachter. Met de komst van de vaste wegverbinding door de Noordoostpolder begonnen de horecabedrijven hun hotelfunctie te verliezen. De handelsreizigers kwamen per auto naar het voormalige eiland en hoefden niet op Urk te overnachten. Maar nog altijd vormt dit havenbuurtje met zijn gezellige terrasjes en zitbanken een levendig ontmoetingspunt van toeristen en plaatsgenoten, al meren er al lang geen boten meer uit Kampen en Enkhuizen.